Het Wederzijds Verlies
التغابن
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yusabbiḥu lillahi mā fī l-samāwāti wamā fī l-arḍi lahu l-mul'ku walahu l-ḥamdu wahuwa ʿalā kulli shayin qadīrun
Wat in de hemelen en op aarde is prijst de Glorie van Allah. Aan Hem behoort de heerschappij en aan Hem behoort de lofprijzing. En Hij is Almachtig over alle zaken.
huwa alladhī khalaqakum faminkum kāfirun waminkum mu'minun wal-lahu bimā taʿmalūna baṣīrun
Hij is Degene Die jullie geschapen heeft, sommigen van jullie zijn ongelovigen en sommigen gelovigen. En Allah is Alziende over wat jullie doen.
khalaqa l-samāwāti wal-arḍa bil-ḥaqi waṣawwarakum fa-aḥsana ṣuwarakum wa-ilayhi l-maṣīru
Hij heeft de hemelen en de aarde in Waarheid geschapen en Hij heeft jullie gevormd en heeft jullie vorm nauwkeurig gemaakt. En tot Hem is de uiteindelijke terugkeer.
yaʿlamu mā fī l-samāwāti wal-arḍi wayaʿlamu mā tusirrūna wamā tuʿ'linūna wal-lahu ʿalīmun bidhāti l-ṣudūri
Hij weet wat er in de hemelen en op de aarde is, en Hij weet wat jullie verbergen en wat jullie in de openheid brengen. En Allah is de Alwetende van wat zich in de harten bevindt.
alam yatikum naba-u alladhīna kafarū min qablu fadhāqū wabāla amrihim walahum ʿadhābun alīmun
Heeft het bericht jullie niet bereikt over degenen die in vroegere tijd ongelovig waren? Die toen het kwaad van hun wandaden geproefd hebben? En voor hen zal er een pijnlijke bestraffing zijn.
dhālika bi-annahu kānat tatīhim rusuluhum bil-bayināti faqālū abasharun yahdūnanā fakafarū watawallaw wa-is'taghnā l-lahu wal-lahu ghaniyyun ḥamīdun
Dat is omdat zij zeiden, toen hun Boodschappers met de duidelijke bewijzen tot hen kwamen: “Zullen slechts mensen ons leiden?” Waarop zij ongelovig werden en" zich afkeerden. Maar Allah heeft (hun geloof) niet nodig. En Allah is Behoefteloos, Geprezen.
zaʿama alladhīna kafarū an lan yub'ʿathū qul balā warabbī latub'ʿathunna thumma latunabba-unna bimā ʿamil'tum wadhālika ʿalā l-lahi yasīrun
Degenen die ongelovig zijn veronderstellen dat zij nooit zullen herrijzen. Zeg: “Ja! Bij mijn Heer, jullie zullen zeker herrijzen en dan zal jullie verteld worden wat jullie hebben gedaan, en dat is gemakkelijk voor Allah.”
faāminū bil-lahi warasūlihi wal-nūri alladhī anzalnā wal-lahu bimā taʿmalūna khabīrun
Geloof daarom in Allah en Zijn Boodschapper en in het Licht (de Koran) dat Wij hebben neergezonden. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.
yawma yajmaʿukum liyawmi l-jamʿi dhālika yawmu l-taghābuni waman yu'min bil-lahi wayaʿmal ṣāliḥan yukaffir ʿanhu sayyiātihi wayud'khil'hu jannātin tajrī min taḥtihā l-anhāru khālidīna fīhā abadan dhālika l-fawzu l-ʿaẓīmu
(Gedenk) de Dag wanneer Hij jullie (allen) bijeen zal brengen voor de Dag van de verzameling dat zal de Dag van wederzijds verlies en winst zijn. En wie dan in Allah gelooft en goede daden verricht: Hij (Allah) zal zijn zonden vergeven en Hij zal hem naar de Tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen om daarin voor altijd te verblijven, dat zal een groot succes zijn.
wa-alladhīna kafarū wakadhabū biāyātinā ulāika aṣḥābu l-nāri khālidīna fīhā wabi'sa l-maṣīru
Maar degenen die ongelovig waren en Onze Tekenen ontkenden: zij zullen de bewoners van het Vuur zijn, om daarin voor altijd te verblijven. En slecht is die bestemming zeker.
mā aṣāba min muṣībatin illā bi-idh'ni l-lahi waman yu'min bil-lahi yahdi qalbahu wal-lahu bikulli shayin ʿalīmun
Er is niemand die een ramp overkomt, zonder de (bepaling en) toestemming van Allah. En wie in Allah gelooft (en ervan overtuigd is dat Hij de ramp teniet kan doen): zijn hart leidt Hij (naar het geduld). En Allah is Alwetend over alle zaken.
wa-aṭīʿū l-laha wa-aṭīʿū l-rasūla fa-in tawallaytum fa-innamā ʿalā rasūlinā l-balāghu l-mubīnu
Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper, maar als jullie je afkeren, dan is de plicht van Onze Boodschapper slechts het duidelijk verkondigen van de Boodschap.
al-lahu lā ilāha illā huwa waʿalā l-lahi falyatawakkali l-mu'minūna
Allah! Er is geen god dan Hij. En laat daarom de gelovigen op Allah vertrouwen.
yāayyuhā alladhīna āmanū inna min azwājikum wa-awlādikum ʿaduwwan lakum fa-iḥ'dharūhum wa-in taʿfū wataṣfaḥū wataghfirū fa-inna l-laha ghafūrun raḥīmun
O, jullie die geloven! Waarlijk, onder jullie vrouwen en onder jullie kinderen zijn vijanden voor jullie, hoed je dus voor hen! Maar als jullie "kwijtschelden en het niet aanrekenen en hen vergeeft, dan is Allah waarlijk, Vergevingsgezind, Genadevol.
innamā amwālukum wa-awlādukum fit'natun wal-lahu ʿindahu ajrun ʿaẓīmun
Jullie welvaart en jullie kinderen zijn slechts beproevingen, terwijl bij Allah een grote beloning is.
fa-ittaqū l-laha mā is'taṭaʿtum wa-is'maʿū wa-aṭīʿū wa-anfiqū khayran li-anfusikum waman yūqa shuḥḥa nafsihi fa-ulāika humu l-muf'liḥūna
Vrees daarom Allah volgens jullie vermogen; luister en gehoorzaam en geef in liefdadigheid, dat is beter voor jullie. En wie van zijn eigen hebzucht wordt gered, is succesvol.
in tuq'riḍū l-laha qarḍan ḥasanan yuḍāʿif'hu lakum wayaghfir lakum wal-lahu shakūrun ḥalīmun
Als jullie Allah een goede lening geven, dan zal Hij die voor jullie verdubbelen, en jullie vergeven. En Allah is Waarderend, Verdraagzaam.
ʿālimu l-ghaybi wal-shahādati l-ʿazīzu l-ḥakīmu
De Kenner van het onwaarneembare en het waarneembare, de Almachtige, de Alwijze.