Het Verbod
التحريم
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yāayyuhā l-nabiyu lima tuḥarrimu mā aḥalla l-lahu laka tabtaghī marḍāta azwājika wal-lahu ghafūrun raḥīmun
O, Profeet! Waarom verbied jij iets wat Allah voor jou wettig heeft gemaakt? Om jouw vrouwen een genoegen te doen? En Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
qad faraḍa l-lahu lakum taḥillata aymānikum wal-lahu mawlākum wahuwa l-ʿalīmu l-ḥakīmu
Allah heeft reeds het verbreken van jullie eden verordend. En Allah is jullie Heer, en Hij "is de Alwetende, de Alwijze.
wa-idh asarra l-nabiyu ilā baʿḍi azwājihi ḥadīthan falammā nabba-at bihi wa-aẓharahu l-lahu ʿalayhi ʿarrafa baʿḍahu wa-aʿraḍa ʿan baʿḍin falammā nabba-ahā bihi qālat man anba-aka hādhā qāla nabba-aniya l-ʿalīmu l-khabīru
En (gedenk) toen de Profeet iets vertrouwelijks tot één van zijn vrouwen zei. En toen zij dit vertelde, en Allah hem dit liet weten, maakte hij het deels bekend en deels hield hij het stil. Toen hij haar (Hafsa) daarvan vertelde, zei zij: “Wie heeft jou dit verteld?” Hij zei: “De Alwetende, de Kenner heeft het mij verteld.”
in tatūbā ilā l-lahi faqad ṣaghat qulūbukumā wa-in taẓāharā ʿalayhi fa-inna l-laha huwa mawlāhu wajib'rīlu waṣāliḥu l-mu'minīna wal-malāikatu baʿda dhālika ẓahīrun
Als jullie twee (Hafsah en A’isjah) in berouw tot Allah keren (zal het beter voor jullie zijn), dan neigen jullie harten waarlijk (naar het goede). Maar als jullie elkaar bijstaan tegen hem (de Boodschapper), dan is Allah waarlijk jouw Helper, en Jibriël en de rechtvaardigen onder de gelovigen en daarnaast zullen de Engelen helpers zijn.
ʿasā rabbuhu in ṭallaqakunna an yub'dilahu azwājan khayran minkunna mus'limātin mu'minātin qānitātin tāibātin ʿābidātin sāiḥātin thayyibātin wa-abkāran
Het kan zijn dat wanneer hij van jullie (zijn echtgenotes) scheidt, dat zijn Heer aan hem betere vrouwen in de plaats van jullie zal geven, die zich overgeven, die gelovend, gehoorzamend, berouwvol, aanbiddend en vastend zijn, die eerder getrouwd zijn geweest of maagd zijn.
yāayyuhā alladhīna āmanū qū anfusakum wa-ahlīkum nāran waqūduhā l-nāsu wal-ḥijāratu ʿalayhā malāikatun ghilāẓun shidādun lā yaʿṣūna l-laha mā amarahum wayafʿalūna mā yu'marūna
O, jullie die geloven! Behoedt julliezelf en jullie gezinnen voor de Hel, waarvan de brandstof mensen en stenen is, waarover strenge en hard optredende Engelen zijn aangesteld, die Allah niet ongehoorzaam zijn in wat Hij hun beveelt, maar doen wat hun bevolen is.
yāayyuhā alladhīna kafarū lā taʿtadhirū l-yawma innamā tuj'zawna mā kuntum taʿmalūna
O, jullie die ongelovig waren! Verontschuldig jullie op deze Dag" niet: jullie wordt slechts vergolden voor wat jullie gedaan hebben!
yāayyuhā alladhīna āmanū tūbū ilā l-lahi tawbatan naṣūḥan ʿasā rabbukum an yukaffira ʿankum sayyiātikum wayud'khilakum jannātin tajrī min taḥtihā l-anhāru yawma lā yukh'zī l-lahu l-nabiya wa-alladhīna āmanū maʿahu nūruhum yasʿā bayna aydīhim wabi-aymānihim yaqūlūna rabbanā atmim lanā nūranā wa-igh'fir lanā innaka ʿalā kulli shayin qadīrun
O jullie die geloven, keer jullie in oprecht berouw tot Allah, hopelijk zal jullie Heer jullie zonden kwijtschelden, en jullie verwijzen naar tuinen waar rivieren onderdoor stromen op de Dag waarop Allah de Profeet en degenen die met hem geloven niet zal vernederen. Hun licht straalt vόόr hen en rechts van hen. Zij zeggen: “Onze Heer! Vervolmaak ons licht voor ons en geef ons vergiffenis. Waarlijk, U bent tot alle dingen in staat.”
yāayyuhā l-nabiyu jāhidi l-kufāra wal-munāfiqīna wa-ugh'luẓ ʿalayhim wamawāhum jahannamu wabi'sa l-maṣīru
O, Profeet! Bestrijd de ongelovigen en de hypocrieten en wees streng voor hen, hun bestemming is de Hel, en slecht is die bestemming inderdaad.
ḍaraba l-lahu mathalan lilladhīna kafarū im'ra-ata nūḥin wa-im'ra-ata lūṭin kānatā taḥta ʿabdayni min ʿibādinā ṣāliḥayni fakhānatāhumā falam yugh'niyā ʿanhumā mina l-lahi shayan waqīla ud'khulā l-nāra maʿa l-dākhilīna
Allah heeft voor de ongelovigen de vrouw van Noah en de vrouw van Loeth als een voorbeeld gegeven. Zij verkeerden onder twee van onze oprechte dienaren, maar beiden bedrogen hen, toen baatten zij (Noah en Loeth) hun in niets tegen Allah. En er werd tot hen (beide vrouwen) gezegd: “Treedt de Hel binnen tezamen met de binnentreders!”
waḍaraba l-lahu mathalan lilladhīna āmanū im'ra-ata fir'ʿawna idh qālat rabbi ib'ni lī ʿindaka baytan fī l-janati wanajjinī min fir'ʿawna waʿamalihi wanajjinī mina l-qawmi l-ẓālimīna
En Allah gaf de gelovigen (die door de afgodendienaars werden vervolgd) een lichtend voorbeeld (de pure en onverschrokken geloofsovertuiging van) de vrouw van de Farao (Aasiyah bint Moezaahim), nadat zij zei: “Mijn Heer! Bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs (en terwijl ze naar de hemel keek, kon ze dit ook daadwerkelijk waarnemen), en red mij van de Farao en zijn (godlasterlijke) werken, en red mij van het onrechtvaardige volk.” (waarna Allah haar uit de handen van de tiran redde)
wamaryama ib'nata ʿim'rāna allatī aḥṣanat farjahā fanafakhnā fīhi min rūḥinā waṣaddaqat bikalimāti rabbihā wakutubihi wakānat mina l-qānitīna
En (het voorbeeld van) Maryam, de dochter van Imran, die haar kuisheid behoedde, waarop Wij in haar van Onze geest bliezen en zij getuigde van de Waarheid van de Woorden van "haar Heer en (geloofde ook in) Zijn Boeken en zij behoorde tot de degenen die gehoorzaam zijn aan Allah. ۞