Hoed
هود
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-ra kitābun uḥ'kimat āyātuhu thumma fuṣṣilat min ladun ḥakīmin khabīrin
Alif, Lām, Rā (Dit is) een Boek, waarvan de verzen onherroepelijk zijn gemaakt en dan nauwkeurig worden uitgelegd door de Ene, Die Alwijs en Welbekend (met alle zaken is).
allā taʿbudū illā l-laha innanī lakum min'hu nadhīrun wabashīrun
Opdat jullie slechts Allah aanbidden. Waarlijk, ik (Mohammed) ben voor jullie een waarschuwer en een brenger van goed nieuws.
wa-ani is'taghfirū rabbakum thumma tūbū ilayhi yumattiʿ'kum matāʿan ḥasanan ilā ajalin musamman wayu'ti kulla dhī faḍlin faḍlahu wa-in tawallaw fa-innī akhāfu ʿalaykum ʿadhāba yawmin kabīrin
En vraag vergiffenis van jullie Heer, en keer je tot Hem in berouw, dan zal Hij jullie een goed vermaak geven voor een aangewezen tijd. En Hij geeft Zijn overvloedige gratie aan iedere eigenaar van een verdienste. Maar als jullie je afkeren, dan vrees ik voor jullie een bestraffing van de Grote Dag.
ilā l-lahi marjiʿukum wahuwa ʿalā kulli shayin qadīrun
Tot Allah is jullie terugkeer en Hij is Almachtig over alle dingen.
alā innahum yathnūna ṣudūrahum liyastakhfū min'hu alā ḥīna yastaghshūna thiyābahum yaʿlamu mā yusirrūna wamā yuʿ'linūna innahu ʿalīmun bidhāti l-ṣudūri
Geen twijfel! Zij verbergen hun vijandschap voor Hem in hun innerlijk. Zeker, zelfs als zij zichzelf met hun kleding bedekken weet Hij wat zij verbergen en wat zij laten zien. Waarlijk, Hij is de Alwetende van van hun harten. ۞
wamā min dābbatin fī l-arḍi illā ʿalā l-lahi riz'quhā wayaʿlamu mus'taqarrahā wamus'tawdaʿahā kullun fī kitābin mubīnin
En er is geen levend wezen op aarde of Allah heeft hem zijn onderhoud gegarandeerd! En Hij kent de bewaarplaats en de verblijfplaats ervan. Alles is vastgelegd in een duidelijk Boek.
wahuwa alladhī khalaqa l-samāwāti wal-arḍa fī sittati ayyāmin wakāna ʿarshuhu ʿalā l-māi liyabluwakum ayyukum aḥsanu ʿamalan wala-in qul'ta innakum mabʿūthūna min baʿdi l-mawti layaqūlanna alladhīna kafarū in hādhā illā siḥ'run mubīnun
En het is Hij Die de hemelen en de aarde heeft geschapen in zes dagen (perioden), en Zijn troon was op het water, opdat Hij jullie kan testen wie uitblinkt in (gehoorzame) daden (omwille van Allah). Maar als je tegen hen zegt: “Jullie zullen zeker na de dood herrezen worden,” dan zullen degenen die ongelovig zijn zeker zeggen: “Dit is niets anders dan duidelijke toverij.”
wala-in akharnā ʿanhumu l-ʿadhāba ilā ummatin maʿdūdatin layaqūlunna mā yaḥbisuhu alā yawma yatīhim laysa maṣrūfan ʿanhum waḥāqa bihim mā kānū bihi yastahziūna
En als Wij de bestraffing van hen tot een bepaalde periode vertragen, zullen zij zeker zeggen: “Wat houdt haar tegen?” Waarlijk, op de Dag zal zij hen bereiken, niets zal haar van hen afhouden, en zij zullen omringd worden door datgene waarover zij spotten!”
wala-in adhaqnā l-insāna minnā raḥmatan thumma nazaʿnāhā min'hu innahu layaūsun kafūrun
En als Wij de mens van de Genade van Ons laten proeven en het dan van hem aftrekken, waarlijk! Hij is wanhopig, ondankbaar.
wala-in adhaqnāhu naʿmāa baʿda ḍarrāa massathu layaqūlanna dhahaba l-sayiātu ʿannī innahu lafariḥun fakhūrun
Maar als Wij hem de goede (gunsten) na het kwaad laten proeven dan is hij geraakt, hij zal zeker zeggen: “Het kwaad heeft mij verlaten.” Zeker, hij is verheugd en hoogmoedig.
illā alladhīna ṣabarū waʿamilū l-ṣāliḥāti ulāika lahum maghfiratun wa-ajrun kabīrun
Behalve degenen die geduldig zijn en goede daden verrichten. Voor hen zal er vergiffenis zijn en een grote beloning.
falaʿallaka tārikun baʿḍa mā yūḥā ilayka waḍāiqun bihi ṣadruka an yaqūlū lawlā unzila ʿalayhi kanzun aw jāa maʿahu malakun innamā anta nadhīrun wal-lahu ʿalā kulli shayin wakīlun
Misschien zou jij een gedeelte van wat aan jou geopenbaard weg willen laten; en is jouw hart benauwd, omdat zij zeggen: “Waarom is er voor hem geen schat naar beneden gezonden of is er geen Engel met hem gekomen?” Maar jij bent slechts een waarschuwer. En Allah is voogd van alle zaken.
am yaqūlūna if'tarāhu qul fatū biʿashri suwarin mith'lihi muf'tarayātin wa-id'ʿū mani is'taṭaʿtum min dūni l-lahi in kuntum ṣādiqīna
Of zij zeggen: “Hij (Mohammed) heeft hem (de Koran) vervalst.” Zeg: “Geven jullie dan tien vervalste soeraat zoals deze, en roep iedereen die jullie kunnen, behalve Allah, als jullie de waarheid spreken!”
fa-illam yastajībū lakum fa-iʿ'lamū annamā unzila biʿil'mi l-lahi wa-an lā ilāha illā huwa fahal antum mus'limūna
Als zij jou niet antwoorden, weet dan dat de Openbaring met de Kennis van Allah neergezonden is en dat er geen god is dan Hij. Zullen jullie je dan aan Allah overgeven?
man kāna yurīdu l-ḥayata l-dun'yā wazīnatahā nuwaffi ilayhim aʿmālahum fīhā wahum fīhā lā yub'khasūna
Iedereen die naar het leven van deze wereld en haar schijn verlangt; Wij zullen hun daden daarin volledig vergoeden, en zij zullen daarin niet worden benadeeld.
ulāika alladhīna laysa lahum fī l-ākhirati illā l-nāru waḥabiṭa mā ṣanaʿū fīhā wabāṭilun mā kānū yaʿmalūna
Zij zijn degenen waarvoor niets in het Hiernamaals is, behalve Vuur; en vruchteloos is wat zij daarin (op aarde) verricht hebben. En wat zij deden is verloren gegaan.
afaman kāna ʿalā bayyinatin min rabbihi wayatlūhu shāhidun min'hu wamin qablihi kitābu mūsā imāman waraḥmatan ulāika yu'minūna bihi waman yakfur bihi mina l-aḥzābi fal-nāru mawʿiduhu falā taku fī mir'yatin min'hu innahu l-ḥaqu min rabbika walākinna akthara l-nāsi lā yu'minūna
Is hij (niet beter) die op een duidelijk bewijs van zijn Heer steunt en die een getuige van Hem volgt? En hiervόόr kwam het Boek van Mozes, als Leiding en een Genade. Zij zijn degenen die er in geloven en wie er niet in geloofd van de bondgenoten: het Vuur zal hun beloofde ontmoetingsplaats zijn. Twijfelen jullie daar dan niet over. Waarlijk, het is de Waarheid van jullie Heer, maar het grootste deel van de mensheid gelooft niet.
waman aẓlamu mimmani if'tarā ʿalā l-lahi kadhiban ulāika yuʿ'raḍūna ʿalā rabbihim wayaqūlu l-ashhādu hāulāi alladhīna kadhabū ʿalā rabbihim alā laʿnatu l-lahi ʿalā l-ẓālimīna
En wie begaat er een grotere zonde dan degene die een leugen over Allah verzint? Zulke (mensen) zullen voor Allah gebracht worden en de getuigen zullen zeggen: “Dit zijn degenen die over hun Heer gelogen hebben!” Geen twijfel! De vloek van Allah is op de onrechtvaardigen.
alladhīna yaṣuddūna ʿan sabīli l-lahi wayabghūnahā ʿiwajan wahum bil-ākhirati hum kāfirūna
Degenen die (anderen) op het Pad van Allah hinderen en een bocht daarin zoeken, en zij geloven niet in het Hiernamaals.
ulāika lam yakūnū muʿ'jizīna fī l-arḍi wamā kāna lahum min dūni l-lahi min awliyāa yuḍāʿafu lahumu l-ʿadhābu mā kānū yastaṭīʿūna l-samʿa wamā kānū yub'ṣirūna
In geen geval zullen zij (de bestraffing) ontvluchten op aarde, noch hebben zij beschermers naast Allah! Hun bestraffing zal verdubbeld worden. Zij kunnen het niet verdragen te horen en zij kunnen het niet zien.