De Profeten
الأنبياء
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
iq'taraba lilnnāsi ḥisābuhum wahum fī ghaflatin muʿ'riḍūna
De afrekening is voor de mensheid dichtbij gekomen terwijl zij zich achteloos afkeren.
mā yatīhim min dhik'rin min rabbihim muḥ'dathin illā is'tamaʿūhu wahum yalʿabūna
Er komt geen nieuwe Vermaning van hun Heer tot hen, of zij luisteren ernaar terwijl zij er de spot mee drijven.
lāhiyatan qulūbuhum wa-asarrū l-najwā alladhīna ẓalamū hal hādhā illā basharun mith'lukum afatatūna l-siḥ'ra wa-antum tub'ṣirūna
En hun harten zijn achteloos. En degenen die zonden begaan verbergen hun (hun onrecht) in heimelijk overleg (zeggende): “Deze (Boodschapper) is niet anders dan een mens zoals jullie.” Zullen jullie je aan toverij onderwerpen terwijl jullie het doorzien?
qāla rabbī yaʿlamu l-qawla fī l-samāi wal-arḍi wahuwa l-samīʿu l-ʿalīmu
Hij (Mohammed) zei: “Mijn Heer kent (ieder gesproken) woord in de hemelen en op de aarde. En Hij is Alhorend, Alwetend.
bal qālū aḍghāthu aḥlāmin bali if'tarāhu bal huwa shāʿirun falyatinā biāyatin kamā ur'sila l-awalūna
Nee, zij zeggen: “Dit zijn vermengde valse dromen! Nee, hij heeft het verzonnen! Nee, hij is een dichter! Laat hem dan een Teken geven zoals aan de voorafgaanden gestuurd werd!”
mā āmanat qablahum min qaryatin ahlaknāhā afahum yu'minūna
Zij geloofden niet, degenen vόόr hen uit de steden die Wij vernietigden: zullen zij dan geloven?
wamā arsalnā qablaka illā rijālan nūḥī ilayhim fasalū ahla l-dhik'ri in kuntum lā taʿlamūna
En Wij hebben vόόr jou geen mensen gestuurd of zij waren slechts mannen aan wie Wij openbaarden.Vraag dan de mensen van de Overdenking als jullie het niet weten.
wamā jaʿalnāhum jasadan lā yakulūna l-ṭaʿāma wamā kānū khālidīna
En Wij hebben hen niet geschapen met lichamen die niet aten, noch waren zij onsterfelijk.
thumma ṣadaqnāhumu l-waʿda fa-anjaynāhum waman nashāu wa-ahlaknā l-mus'rifīna
Toen hebben Wij voor hen de belofte vervuld en Wij hebben hen gered en degenen die Wij wensten, Maar Wij hebben de buitensporigen vernietigd.
laqad anzalnā ilaykum kitāban fīhi dhik'rukum afalā taʿqilūna
Voorwaar, Wij hebben aan jullie een Boek neergezonden met daarin jullie eer. Zullen jullie het dan niet begrijpen?
wakam qaṣamnā min qaryatin kānat ẓālimatan wa-anshanā baʿdahā qawman ākharīna
Hoeveel steden, die zondaren bevatten, hebben Wij vernietigd, na wie Wij een ander volk lieten herrijzen?
falammā aḥassū basanā idhā hum min'hā yarkuḍūna
En dan als zij Onze bestraffing zagen (komen), zie, zij (probeerden) daarvan te vluchten.
lā tarkuḍū wa-ir'jiʿū ilā mā ut'rif'tum fīhi wamasākinikum laʿallakum tus'alūna
Vlucht niet, maar keer terug tot datgene wat jullie van de goede dingen van het leven gegeven was en naar jullie huizen zodat jullie ondervraagd zullen worden.
qālū yāwaylanā innā kunnā ẓālimīna
Zij riepen: “Wee voor ons! Zeker! Wij waren onrechtvaardigen!”
famā zālat til'ka daʿwāhum ḥattā jaʿalnāhum ḥaṣīdan khāmidīna
En die roep van hen hield niet op tot Wij hen tot een veld maakten dat geraapt is, uitgestorven.
wamā khalaqnā l-samāa wal-arḍa wamā baynahumā lāʿibīna
Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is niet alleen maar voor vermaak geschapen.
law aradnā an nattakhidha lahwan la-ittakhadhnāhu min ladunnā in kunnā fāʿilīna
Als Wij de bedoeling gehad hadden om het als een tijdverdrijf te nemen, dan zouden Wij het beslist van Onze Zijde genomen hebben, als Wij dat zouden doen.
bal naqdhifu bil-ḥaqi ʿalā l-bāṭili fayadmaghuhu fa-idhā huwa zāhiqun walakumu l-waylu mimmā taṣifūna
Nee, Wij hebben de Waarheid naar beneden gestuurd tegen de leugen, waarop het vernietigt wordt en zie het (de leugen) is verdwenen. En wee jullie voor wat jullie toeschrijven (aan Allah).
walahu man fī l-samāwāti wal-arḍi waman ʿindahu lā yastakbirūna ʿan ʿibādatihi walā yastaḥsirūna
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. En degenen die in Zijn nabijheid zijn, zijn niet te trots Hem te aanbidden, noch zijn zij vermoeid.
yusabbiḥūna al-layla wal-nahāra lā yafturūna
Zij verheerlijken dag en nacht Zijn lofprijzing en nooit zullen zij stoppen.