Het Onderscheid
الفرقان
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
tabāraka alladhī nazzala l-fur'qāna ʿalā ʿabdihi liyakūna lil'ʿālamīna nadhīran
Gezegend is Hij Die het onderscheid heeft neergezonden aan Zijn dienaar, zodat hij een waarschuwer voor de werelden zal zijn.
alladhī lahu mul'ku l-samāwāti wal-arḍi walam yattakhidh waladan walam yakun lahu sharīkun fī l-mul'ki wakhalaqa kulla shayin faqaddarahu taqdīran
Hij is Degene aan Wie het Koninkrijk van de hemelen en de aarde toebehoort. En Hij neemt Zich nooit een zoon en Hij heeft geen deelgenoot in het Koninkrijk. Hij heeft alles geschapen en heeft het precies de juiste maat gegeven.
wa-ittakhadhū min dūnihi ālihatan lā yakhluqūna shayan wahum yukh'laqūna walā yamlikūna li-anfusihim ḍarran walā nafʿan walā yamlikūna mawtan walā ḥayatan walā nushūran
Toch namen zij naast Hem goden die niets schiepen en die niet bij machte zijn zelf kwaad (af te wenden) en goed (te doen) en geen macht hebben over leven en niet over de dood en over het opwekken.
waqāla alladhīna kafarū in hādhā illā if'kun if'tarāhu wa-aʿānahu ʿalayhi qawmun ākharūna faqad jāū ẓul'man wazūran
Degenen die ongelovig zijn zeggen: “Dit is niets anders dan een leugen dat hij bedacht heeft, en anderen hebben hem daarmee geholpen.” Waarlijk, zij kwamen met onrecht en leugens.
waqālū asāṭīru l-awalīna ik'tatabahā fahiya tum'lā ʿalayhi buk'ratan wa-aṣīlan
En zij zeggen: “Dit zijn fabels van de ouderen die hij heeft laten opschrijven en zij worden hem in de ochtend en de middag voorgelezen.”
qul anzalahu alladhī yaʿlamu l-sira fī l-samāwāti wal-arḍi innahu kāna ghafūran raḥīman
Zeg (O Mohammed): “Hij heeft hem (de Koran) neergezonden, Degene Die de geheimen van de hemelen en de aarde kent. Waarlijk! Hij is Vergevingsgezind, Genadevol.
waqālū māli hādhā l-rasūli yakulu l-ṭaʿāma wayamshī fī l-aswāqi lawlā unzila ilayhi malakun fayakūna maʿahu nadhīran
En zij zeggen: “Wat is dat voor Boodschapper, die voedsel eet en over markten loopt? Waarom wordt er voor hem geen Engel naar beneden gestuurd om samen met hem een waarschuwer te zijn?”
aw yul'qā ilayhi kanzun aw takūnu lahu jannatun yakulu min'hā waqāla l-ẓālimūna in tattabiʿūna illā rajulan masḥūran
Of is hem geen schat gegeven, of heeft hij geen tuin waarvan kan mag eten?” En de onrechtvaardigen zeggen: “Jullie volgen niemand" anders dan een behekste man.”
unẓur kayfa ḍarabū laka l-amthāla faḍallū falā yastaṭīʿūna sabīlan
Zie hoe zij voor jullie een vergelijking verzinnen, zij dwalen en zij kunnen het goede Pad niet vinden.
tabāraka alladhī in shāa jaʿala laka khayran min dhālika jannātin tajrī min taḥtihā l-anhāru wayajʿal laka quṣūran
Gezegend is Hij Die, als Hij dat wil, jou beter dan dat schenkt: tuinen waar rivieren onder door stromen en Hij schenkt jou paleizen.
bal kadhabū bil-sāʿati wa-aʿtadnā liman kadhaba bil-sāʿati saʿīran
Nee, zij ontkennen het Uur en voor degenen die het Uur ontkennen hebben Wij een vlammend vuur voorbereid.
idhā ra-athum min makānin baʿīdin samiʿū lahā taghayyuẓan wazafīran
Wanneer de Hel hen van verre ziet, horen zij haar brullen en bulderen.
wa-idhā ul'qū min'hā makānan ḍayyiqan muqarranīna daʿaw hunālika thubūran
En als zij in een nauwe plaats daarvan gegooid worden, aan elkaar geketend, dan zullen zij daar om hun vernietiging roepen.
lā tadʿū l-yawma thubūran wāḥidan wa-id'ʿū thubūran kathīran
Roep op die Dag niet om één vernietiging maar roep om vele vernietigingen.
qul adhālika khayrun am jannatu l-khul'di allatī wuʿida l-mutaqūna kānat lahum jazāan wamaṣīran
Zeg: “Is die (bestraffing) beter of de eeuwige tuinen wat aan de godvrezenden beloofd is? Aan hen zal de beloning zijn en de uiteindelijke bestemming.
lahum fīhā mā yashāūna khālidīna kāna ʿalā rabbika waʿdan masūlan
Voor hen zal daar alles zijn wat zij wensen en zij zullen (daar) verblijven. Het is een belofte waardoor jullie Heer gebonden is en die vervuld moet worden.
wayawma yaḥshuruhum wamā yaʿbudūna min dūni l-lahi fayaqūlu a-antum aḍlaltum ʿibādī hāulāi am hum ḍallū l-sabīla
En op de Dag waarop Hij hen, en dat wat zij naast Allah aanbidden verzamelt, zal Hij zeggen: “Waren jullie het, die Mijn dienaren deden dwalen of zijn zij zelf van het (juiste) Pad afgedwaald?”
qālū sub'ḥānaka mā kāna yanbaghī lanā an nattakhidha min dūnika min awliyāa walākin mattaʿtahum waābāahum ḥattā nasū l-dhik'ra wakānū qawman būran
Zij zullen zeggen: “Verheerlijkt bent U! Het was niet aan ons om een helper naast U te nemen, maar U hebt hen en hun vaderen laten genieten tot zij de waarschuwing vergaten en een verloren volk werden.”
faqad kadhabūkum bimā taqūlūna famā tastaṭīʿūna ṣarfan walā naṣran waman yaẓlim minkum nudhiq'hu ʿadhāban kabīran
(Allah zal zeggen:) “Waarlijk, zij hebben jullie van leugens beticht over wat jullie zeiden. Jullie kunnen noch (de bestraffing) ontwijken, noch hulp krijgen. En ieder onder jullie die zondigt: die zullen Wij een zware bestraffing laten proeven.”
wamā arsalnā qablaka mina l-mur'salīna illā innahum layakulūna l-ṭaʿāma wayamshūna fī l-aswāqi wajaʿalnā baʿḍakum libaʿḍin fit'natan ataṣbirūna wakāna rabbuka baṣīran
En Wij zonden geen "Boodschappers vόόr jou, of zij aten voedsel of liepen over de markt. En Wij maakten enkelen van jullie tot een beproeving voor anderen; zullen jullie geduldig zijn? En jullie Heer is Alziende. ۞