De Romeinen
الروم
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-meem
Alif Lām Mīm.
ghulibati l-rūmu
De Romeinen zijn verslagen.
fī adnā l-arḍi wahum min baʿdi ghalabihim sayaghlibūna
In een buurland en zij zullen na hun verlies de overwinnaars zijn.
fī biḍ'ʿi sinīna lillahi l-amru min qablu wamin baʿdu wayawma-idhin yafraḥu l-mu'minūna
Tussen drie en negen jaar. Het besluit over deze zaak, voor en na (deze gebeurtenis) ligt uitsluitend bij Allah. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen.
binaṣri l-lahi yanṣuru man yashāu wahuwa l-ʿazīzu l-raḥīmu
Met de hulp van Allah, Hij helpt wie Hij wil en Hij is de Almachtige, de Genadevolle.
waʿda l-lahi lā yukh'lifu l-lahu waʿdahu walākinna akthara l-nāsi lā yaʿlamūna
(Het is) een belofte van Allah, en Allah verzaakt Zijn belofte niet, maar de meeste mensen weten het niet.
yaʿlamūna ẓāhiran mina l-ḥayati l-dun'yā wahum ʿani l-ākhirati hum ghāfilūna
Zij kennen slechts de uiterlijke schijn van het wereldse leven en zij zijn achteloos voor het Hiernamaals.
awalam yatafakkarū fī anfusihim mā khalaqa l-lahu l-samāwāti wal-arḍa wamā baynahumā illā bil-ḥaqi wa-ajalin musamman wa-inna kathīran mina l-nāsi biliqāi rabbihim lakāfirūna
Denken zij dan niet diep na over zichzelf? Allah heeft de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is, niet geschapen dan in Waarheid en voor een aangewezen termijn. En voorwaar, velen van de mensheid ontkennen de ontmoeting met hun Heer.
awalam yasīrū fī l-arḍi fayanẓurū kayfa kāna ʿāqibatu alladhīna min qablihim kānū ashadda min'hum quwwatan wa-athārū l-arḍa waʿamarūhā akthara mimmā ʿamarūhā wajāathum rusuluhum bil-bayināti famā kāna l-lahu liyaẓlimahum walākin kānū anfusahum yaẓlimūna
Reizen zij niet over land, zodat zij zien wat het einde is van degenen die vóór hen waren? Zij waren sterker in kracht en zij bewerkten de aarde en bebouwden haar meer dan deze (heidenen) dat gedaan hebben. En tot hen kwamen hun Boodschappers met duidelijke bewijzen. Zeker, Allah heeft hen geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.
thumma kāna ʿāqibata alladhīna asāū l-sūā an kadhabū biāyāti l-lahi wakānū bihā yastahziūna
Kwaad was toen het einde van degenen die zondigden, omdat zij de Tekenen Allah verloochenden en het bespotten.
al-lahu yabda-u l-khalqa thumma yuʿīduhu thumma ilayhi tur'jaʿūna
(Alleen) Allah vormt de schepping, dan zal Hij het herhalen en tot Hem zullen jullie terugkeren.
wayawma taqūmu l-sāʿatu yub'lisu l-muj'rimūna
En op de Dag waarop het Uur ingesteld is, zullen de misdadigers zich met diepe spijt, berouw en wanhoop in de vernietiging storten.
walam yakun lahum min shurakāihim shufaʿāu wakānū bishurakāihim kāfirīna
Zij zullen geen bemiddelaars hebben van degenen (afgoden) die zij aan Allah gelijk hebben gesteld en zij zullen (zichzelf) verwerpen en hun deelgenoten ontkennen.
wayawma taqūmu l-sāʿatu yawma-idhin yatafarraqūna
En op de Dag waarop het Uur is ingesteld, op die Dag zullen zij (alle mensen) gegroepeerd worden.
fa-ammā alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti fahum fī rawḍatin yuḥ'barūna
Wat betreft degenen die geloven en goede daden verrichten: zij zullen een gelukkig leven in de Tuinen der Vreugde gaan leiden.
wa-ammā alladhīna kafarū wakadhabū biāyātinā waliqāi l-ākhirati fa-ulāika fī l-ʿadhābi muḥ'ḍarūna
Wat betreft degenen die ongelovig waren en Onze Tekenen en de Ontmoeting in het Hiernamaals verloochenden: zij zullen naar de bestraffing gebracht worden.
fasub'ḥāna l-lahi ḥīna tum'sūna waḥīna tuṣ'biḥūna
Verheerlijk daarom (en gedenk) Allah (in het gebed), als jullie de avond ingaan (door het" maghrib- en ‘isjaa` gebed te verrichten) en wanneer jullie de ochtend ingaan (door het fadjr gebed te verrichten).
walahu l-ḥamdu fī l-samāwāti wal-arḍi waʿashiyyan waḥīna tuẓ'hirūna
En Hem komen alle lofprijzingen en dank toe: zowel in de hemelen als op aarde, (gedenk Hem dus ook) tijdens het afnemen van de dag (de tijdspanne tussen het namiddaggebed en het maghrib gebed) en het ‘groeien’ van de dag (de tijdspanne tussen het ochtendgebed en het middaggebed).
yukh'riju l-ḥaya mina l-mayiti wayukh'riju l-mayita mina l-ḥayi wayuḥ'yī l-arḍa baʿda mawtihā wakadhālika tukh'rajūna
Hij brengt het levende voort uit het dode (een mens uit een zaad- en eicel, een vogel uit een ei; en een gelovige uit een ongelovige) en Hij brengt het dode voort uit het levende. En Hij doet (d.m.v. regenwater) de (dorre) aarde (na een periode van droogte) herleven na haar dood. Zo worden jullie (na jullie dood) opgewekt.
wamin āyātihi an khalaqakum min turābin thumma idhā antum basharun tantashirūna
En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij jullie geschapen heeft uit stof waarna jullie je toen als mensen verspreidden.