De Spin
العنكبوت
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-meem
Alif Lām Mīm.
aḥasiba l-nāsu an yut'rakū an yaqūlū āmannā wahum lā yuf'tanūna
Denken de mensen dat zij met rust worden gelaten omdat zij zeggen: “Wij geloven,” en (vervolgens) niet beproefd zullen worden?
walaqad fatannā alladhīna min qablihim falayaʿlamanna l-lahu alladhīna ṣadaqū walayaʿlamanna l-kādhibīna
En voorzeker, Wij hebben degenen die hen zijn voorgegaan (ook) beproefd. Daarom zal Allah ook hen die waarachtig zijn, onderscheiden en de leugenaars kenbaar maken.
am ḥasiba alladhīna yaʿmalūna l-sayiāti an yasbiqūnā sāa mā yaḥkumūna
Of denken degenen die slechte daden verrichten dat zij Ons kunnen voorbijstreven? Slecht is dat wat zij veronderstellen!
man kāna yarjū liqāa l-lahi fa-inna ajala l-lahi laātin wahuwa l-samīʿu l-ʿalīmu
Iedereen die hoopt op een ontmoeting met Allah: de periode van Allah zal zeker komen en Hij is de Alhorende, de Alwetende.
waman jāhada fa-innamā yujāhidu linafsihi inna l-laha laghaniyyun ʿani l-ʿālamīna
En iedereen die streeft, hij streeft slechts voor zichzelf. En Allah is vrij van alle behoeften van de werelden.
wa-alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lanukaffiranna ʿanhum sayyiātihim walanajziyannahum aḥsana alladhī kānū yaʿmalūna
Degenen die geloven en goede daden verrichten, zeker, Wij zullen hun slechte daden verwijderen en zullen hen belonen volgens het beste wat zij plachten te doen.
wawaṣṣaynā l-insāna biwālidayhi ḥus'nan wa-in jāhadāka litush'rika bī mā laysa laka bihi ʿil'mun falā tuṭiʿ'humā ilayya marjiʿukum fa-unabbi-ukum bimā kuntum taʿmalūna
En Wij hebben de mens opgelegd om goed en plichtsgetrouw naar zijn ouders te zijn, maar als zij jou dwingen om deelgenoten toe te kennen aan Mij, waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hen dan niet. Tot Mij is jullie terugkeer en Ik zal jullie vertellen wat jullie gedaan hebben.
wa-alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lanud'khilannahum fī l-ṣāliḥīna
En voor degenen die geloven en goede daden verrichten, zeker, Wij zullen hen tot de rechtvaardigen toelaten.
wamina l-nāsi man yaqūlu āmannā bil-lahi fa-idhā ūdhiya fī l-lahi jaʿala fit'nata l-nāsi kaʿadhābi l-lahi wala-in jāa naṣrun min rabbika layaqūlunna innā kunnā maʿakum awalaysa l-lahu bi-aʿlama bimā fī ṣudūri l-ʿālamīna
Van de mensheid zijn er die zeggen: “Wij geloven in Allah,” maar als zij vervolgd worden voor Allah’s zaak, zien zij de vervolging van de mens als een straf van Allah. En als de overwinning van jouw Heer komt, zullen zij zeggen: “Waarlijk! Wij waren met jullie.” Weet Allah niet het best wat er het innerlijk aller schepselen is?
walayaʿlamanna l-lahu alladhīna āmanū walayaʿlamanna l-munāfiqīna
Waarlijk, Allah kent degenen die geloven en waarlijk, Hij kent de hypocrieten.
waqāla alladhīna kafarū lilladhīna āmanū ittabiʿū sabīlanā walnaḥmil khaṭāyākum wamā hum biḥāmilīna min khaṭāyāhum min shayin innahum lakādhibūna
En degenen die ongelovig zijn zeggen tegen de gelovigen: “Volg onze manier en wij zullen jullie zonden dragen.” Nooit zullen zij iets van hun zonden dragen. Zeker, zij zijn leugenaars.
walayaḥmilunna athqālahum wa-athqālan maʿa athqālihim walayus'alunna yawma l-qiyāmati ʿammā kānū yaftarūna
En waarlijk, zij zullen hun eigen lasten dragen en andere lasten naast hun lasten, en waarlijk, zij zullen ondervraagd worden op de Dag der Opstanding over wat zij plachten te verzinnen.
walaqad arsalnā nūḥan ilā qawmihi falabitha fīhim alfa sanatin illā khamsīna ʿāman fa-akhadhahumu l-ṭūfānu wahum ẓālimūna
En voorwaar, Wij hebben Noah naar zijn volk gestuurd, en hij bleef duizend jaren bij hen, op vijftig jaar na, en de zondvloed overspoelde hen terwijl zij onrechtvaardigen waren.
fa-anjaynāhu wa-aṣḥāba l-safīnati wajaʿalnāhā āyatan lil'ʿālamīna
Toen redden Wij hem en degenen die met hem in de ark waren. En Wij maakten haar tot een waarschuwing voor de werelden.
wa-ib'rāhīma idh qāla liqawmihi uʿ'budū l-laha wa-ittaqūhu dhālikum khayrun lakum in kuntum taʿlamūna
En (gedenk) Ibrahim toen hij tegen zijn volk zei: “Aanbidt (alleen) Allah en vrees Hem, dat is beter voor jullie als jullie dat maar weten.
innamā taʿbudūna min dūni l-lahi awthānan watakhluqūna if'kan inna alladhīna taʿbudūna min dūni l-lahi lā yamlikūna lakum riz'qan fa-ib'taghū ʿinda l-lahi l-riz'qa wa-uʿ'budūhu wa-ush'kurū lahu ilayhi tur'jaʿūna
Jullie aanbidden naast Allah alleen maar afgoden en jullie verzinnen alleen maar leugens. Waarlijk, degenen die jullie naast Allah aanbidden hebben geen macht en geven jullie geen levensonderhoud, zoek dus jullie levensonderhoud (alleen) bij Allah, aanbidt Hem (alleen) en wees Hem dankbaar. Tot Hem (alleen) zullen jullie teruggebracht worden.”
wa-in tukadhibū faqad kadhaba umamun min qablikum wamā ʿalā l-rasūli illā l-balāghu l-mubīnu
En als jullie ontkennen: vele volkeren vóór jullie hebben ontkend. En de taak van de Boodschappers is slechts het duidelijk verkondigen.
awalam yaraw kayfa yub'di-u l-lahu l-khalqa thumma yuʿīduhu inna dhālika ʿalā l-lahi yasīrun
En zien zij dan niet hoe Allah de schepping laat ontstaan en het dan herhaalt? Waarlijk, dat is gemakkelijk voor Allah.
qul sīrū fī l-arḍi fa-unẓurū kayfa bada-a l-khalqa thumma l-lahu yunshi-u l-nashata l-ākhirata inna l-laha ʿalā kulli shayin qadīrun
Zeg: “Reis over het land en door de zee en zie hoe (Allah) de schepping liet ontstaan: en daarna een latere schepping voortbrengt. Waarlijk, Allah is tot alle zaken in staat.”