De Schepper
فاطر
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
al-ḥamdu lillahi fāṭiri l-samāwāti wal-arḍi jāʿili l-malāikati rusulan ulī ajniḥatin mathnā wathulātha warubāʿa yazīdu fī l-khalqi mā yashāu inna l-laha ʿalā kulli shayin qadīrun
Alle lof zij Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde. Hij heeft de Engelen tot Boodschappers gemaakt, met twee, drie of vier vleugels. Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil. Waarlijk, Allah is tot alles in staat.
mā yaftaḥi l-lahu lilnnāsi min raḥmatin falā mum'sika lahā wamā yum'sik falā mur'sila lahu min baʿdihi wahuwa l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Wat Allah de mensheid aan Barmhartigheid schenkt, kan door niemand tegenhouden worden, en wat door Hem tegengehouden wordt kan buiten Hem door niemand los gelaten worden. Hij is de Almachtige, de Alwijze.
yāayyuhā l-nāsu udh'kurū niʿ'mata l-lahi ʿalaykum hal min khāliqin ghayru l-lahi yarzuqukum mina l-samāi wal-arḍi lā ilāha illā huwa fa-annā tu'fakūna
O Mensheid! Gedenk de gunsten van Allah over jullie! Is er een andere schepper dan Allah Die jullie voorziet uit de hemel en de aarde? Geen god is er dan Hij. Hoe kunnen jullie je dan (van Hem) afkeren?
wa-in yukadhibūka faqad kudhibat rusulun min qablika wa-ilā l-lahi tur'jaʿu l-umūru
En als zij jou (O Mohammed) loochenen: zo werden de Boodschappers vόόr jou ook geloochend. En tot Allah keren alle zaken terug.
yāayyuhā l-nāsu inna waʿda l-lahi ḥaqqun falā taghurrannakumu l-ḥayatu l-dun'yā walā yaghurrannakum bil-lahi l-gharūru
O Mensheid! Waarlijk, de belofte van Allah is waar. Laat daarom het huidige leven jullie niet bedriegen en laat de voornaamste bedrieger (Satan) jullie niet van (de vergeving van) Allah weghouden.
inna l-shayṭāna lakum ʿaduwwun fa-ittakhidhūhu ʿaduwwan innamā yadʿū ḥiz'bahu liyakūnū min aṣḥābi l-saʿīri
Voorzeker, Satan is voor jullie een vijand, behandel hem (dan ook) als een vijand (door gehoorzaam te zijn aan Allah). Hij nodigt zijn volgelingen slechts uit (tot ongeloof) zodat zij de bewoners van het laaiende vuur zullen worden.
alladhīna kafarū lahum ʿadhābun shadīdun wa-alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lahum maghfiratun wa-ajrun kabīrun
Voor de ongelovigen zal er een strenge bestraffing zijn; en degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hun zal er vergiffenis zijn en een grote beloning.
afaman zuyyina lahu sūu ʿamalihi faraāhu ḥasanan fa-inna l-laha yuḍillu man yashāu wayahdī man yashāu falā tadhhab nafsuka ʿalayhim ḥasarātin inna l-laha ʿalīmun bimā yaṣnaʿūna
Is hij dan, wiens slechte daden (door de Satan) schoonschijnend zijn gemaakt en die ze dan ook als goed beschouwt (gelijk aan hem die dit afkeurt)? Waarlijk, Allah laat dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. Laat jezelf dus niet ten gronde gaan uit wroeging over hen. Waarlijk, Allah is Alwetend over wat zij doen!
wal-lahu alladhī arsala l-riyāḥa fatuthīru saḥāban fasuq'nāhu ilā baladin mayyitin fa-aḥyaynā bihi l-arḍa baʿda mawtihā kadhālika l-nushūru
En het is Allah die de winden stuurt, die de wolken verzamelen waarop Wij die naar het dode land sturen en daarmee de aarde doen herleven na haar dood. Zo (zal) de herrijzenis (zijn).
man kāna yurīdu l-ʿizata falillahi l-ʿizatu jamīʿan ilayhi yaṣʿadu l-kalimu l-ṭayibu wal-ʿamalu l-ṣāliḥu yarfaʿuhu wa-alladhīna yamkurūna l-sayiāti lahum ʿadhābun shadīdun wamakru ulāika huwa yabūru
Iedereen die eer wenst: aan Allah behoort alle eer. Tot Hem stijgen alle goede woorden op en de goede daden stijgen daarboven uit. En degenen die kwade plannen smeden, voor hen zal er een zware bestraffing zijn. En de list van diegenen is mislukt.
wal-lahu khalaqakum min turābin thumma min nuṭ'fatin thumma jaʿalakum azwājan wamā taḥmilu min unthā walā taḍaʿu illā biʿil'mihi wamā yuʿammaru min muʿammarin walā yunqaṣu min ʿumurihi illā fī kitābin inna dhālika ʿalā l-lahi yasīrun
En Allah heeft jou (Adam) geschapen uit stof, daarna uit een levenskiem en daarna vormde Hij paren van jullie. En geen vrouw wordt zwanger of brengt voort zonder Zijn kennis. En niemands leven wordt verkort of verlengd, zonder dat het in het Boek staat. Zeker, dat is gemakkelijk voor Allah.
wamā yastawī l-baḥrāni hādhā ʿadhbun furātun sāighun sharābuhu wahādhā mil'ḥun ujājun wamin kullin takulūna laḥman ṭariyyan watastakhrijūna ḥil'yatan talbasūnahā watarā l-ful'ka fīhi mawākhira litabtaghū min faḍlihi walaʿallakum tashkurūna
En de twee zeeën zijn niet gelijk, de ene is zoet, fris en aangenaam om van te drinken en de andere is zout en bitter. En uit beiden eten jullie vers, zacht vlees en halen jullie de sieraden die jullie dragen. En jullie zien de schepen haar doorklieven, opdat jullie Zijn overvloed zullen zoeken. En hopelijk zullen jullie dankbaar zijn.
yūliju al-layla fī l-nahāri wayūliju l-nahāra fī al-layli wasakhara l-shamsa wal-qamara kullun yajrī li-ajalin musamman dhālikumu l-lahu rabbukum lahu l-mul'ku wa-alladhīna tadʿūna min dūnihi mā yamlikūna min qiṭ'mīrin
Hij laat de nacht overgaan in de dag en Hij laat de dag overgaan in de nacht. En Hij heeft de zon en de maan in denst gesteld. Allen lopen een vastgestelde tijd. Zo is Allah, jullie Heer; aan Hem is het koninkrijk. En degenen die jullie naast Hem aanroepen, hebben over een dadelvliesje nog geen macht.
in tadʿūhum lā yasmaʿū duʿāakum walaw samiʿū mā is'tajābū lakum wayawma l-qiyāmati yakfurūna bishir'kikum walā yunabbi-uka mith'lu khabīrin
Als jullie hen aanroepen dan horen zij jullie aanroep niet, en als zij jullie horen, zullen zij niet kunnen antwoorden. En op de Dag der Opstanding zullen zij jullie aanbidding van hen verwerpen. En niemand brengt jou op de hoogte behalve Hij Die Alwetend is.
yāayyuhā l-nāsu antumu l-fuqarāu ilā l-lahi wal-lahu huwa l-ghaniyu l-ḥamīdu
O Mensheid! Jullie zijn het die Allah nodig hebben, maar Allah is Behoefteloos. Alle lofprijzingen waard.
in yasha yudh'hib'kum wayati bikhalqin jadīdin
Als Hij het zou willen zou Hij jullie kunnen vernietigen en een nieuwe schepping voortbrengen.
wamā dhālika ʿalā l-lahi biʿazīzin
En dat is niet moeilijk voor Allah.
walā taziru wāziratun wiz'ra ukh'rā wa-in tadʿu muth'qalatun ilā ḥim'lihā lā yuḥ'mal min'hu shayon walaw kāna dhā qur'bā innamā tundhiru alladhīna yakhshawna rabbahum bil-ghaybi wa-aqāmū l-ṣalata waman tazakkā fa-innamā yatazakkā linafsihi wa-ilā l-lahi l-maṣīru
En geen enkele lastdrager zal de last (zonden) van een ander dragen. En als iemand zwaar beladen is en een ander roept om zijn last te dragen, dan zal daarvan niets gedragen worden zelfs als hij een naaste verwant is. Jij kunt slechts degenen waarschuwen die hun Heer ongezien vrezen en hun gebeden perfect verrichten. En degene die zichzelf reinigt, die reinigt zich slechts voor zichzelf. En tot Allah is de terugkeer.
wamā yastawī l-aʿmā wal-baṣīru
De blinden en de zienden zijn niet gelijk.
walā l-ẓulumātu walā l-nūru
Noch is de duisternis gelijk aan het licht.