De Donder
الرعد
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-meem-ra til'ka āyātu l-kitābi wa-alladhī unzila ilayka min rabbika l-ḥaqu walākinna akthara l-nāsi lā yu'minūna
Alif, Lām, Mīm, Rā. Dit zijn de verzen van het Boek. En dat wat aan jou geopenbaard is van jouw Heer is de Waarheid, maar de meeste mensen geloven niet.
al-lahu alladhī rafaʿa l-samāwāti bighayri ʿamadin tarawnahā thumma is'tawā ʿalā l-ʿarshi wasakhara l-shamsa wal-qamara kullun yajrī li-ajalin musamman yudabbiru l-amra yufaṣṣilu l-āyāti laʿallakum biliqāi rabbikum tūqinūna
Allah is Degene Die de hemelen heeft verheven zonder pilaren die jullie kunnen zien. Daarna zetelde Hij Zich op de troon. Hij heeft de zon en de maan in dienst gesteld. Elk volgt zijn baan tot een vastgestelde termijn. Hij (Allah) regelt alle zaken, legt de Tekenen nauwkeurig uit, zodat jullie met een zekerheid aan de ontmoeting van jullie Heer mogen geloven.
wahuwa alladhī madda l-arḍa wajaʿala fīhā rawāsiya wa-anhāran wamin kulli l-thamarāti jaʿala fīhā zawjayni ith'nayni yugh'shī al-layla l-nahāra inna fī dhālika laāyātin liqawmin yatafakkarūna
En Hij is Degene Die de aarde heeft uitgespreid en daarop stevige bergen en rivieren heeft geplaatst en van alle soorten vruchten heeft Hij paren gemaakt. Hij brengt de nacht als bedekking over de dag. Waarlijk, in deze zaken zijn Tekenen voor de mensen die nadenken.
wafī l-arḍi qiṭaʿun mutajāwirātun wajannātun min aʿnābin wazarʿun wanakhīlun ṣin'wānun waghayru ṣin'wānin yus'qā bimāin wāḥidin wanufaḍḍilu baʿḍahā ʿalā baʿḍin fī l-ukuli inna fī dhālika laāyātin liqawmin yaʿqilūna
En op aarde zijn gebieden naast elkaar, en tuinen met druivenstokken en ingezaaide velden met koren en palmbomen, twee of" drie groeiend uit een enkele wortelstam of anders, bevloeid met hetzelfde water, maar een paar van hen maakten Wij beter dan anderen voor consumptie. Waarlijk, in deze zaken zijn er Tekenen voor de mensen die begrijpen.
wa-in taʿjab faʿajabun qawluhum a-idhā kunnā turāban a-innā lafī khalqin jadīdin ulāika alladhīna kafarū birabbihim wa-ulāika l-aghlālu fī aʿnāqihim wa-ulāika aṣḥābu l-nāri hum fīhā khālidūna
En als jij je verbaast, nog verbazender zijn dan hun woorden: “Als wij stof zijn geworden, zullen wij dan inderdaad weer als een nieuwe schepping (verrijzen)?” Zij zijn degenen die niet in hun Heer geloven! Zij zijn degenen die ijzeren ketenen zullen hebben die hun handen aan hun nekken zullen verbinden. Zij zullen de bewoners van het Vuur zijn en daarin verblijven.
wayastaʿjilūnaka bil-sayi-ati qabla l-ḥasanati waqad khalat min qablihimu l-mathulātu wa-inna rabbaka ladhū maghfiratin lilnnāsi ʿalā ẓul'mihim wa-inna rabbaka lashadīdu l-ʿiqābi
Zij vragen aan jou (O Mohammed) om het kwaad te verhaasten voor het goede, toch zijn er veel voorbeelden van bestraffing aan hen voorafgegaan. Maar waarlijk, jouw Heer is vol vergeving voor de mensheid ondanks hun zonden. En waarlijk, jouw Heer is streng in de bestraffing.
wayaqūlu alladhīna kafarū lawlā unzila ʿalayhi āyatun min rabbihi innamā anta mundhirun walikulli qawmin hādin
En de ongelovigen zeggen: “Waarom is er geen Teken van zijn Heer naar hem (Mohammed) gezonden?” Voorwaar, jij bent slechts een waarschuwer en voor elk volk is er een gids.
al-lahu yaʿlamu mā taḥmilu kullu unthā wamā taghīḍu l-arḥāmu wamā tazdādu wakullu shayin ʿindahu bimiq'dārin
Allah weet wat elke vrouw draagt en wat de baarmoeders niet voldragen en wat zij doen groeien. En alle dingen hebben bij Hem een eigen maatgeving.
ʿālimu l-ghaybi wal-shahādati l-kabīru l-mutaʿāli
Alwetende van het onzichtbare en het zichtbare, de Grootste, de Allerhoogste.
sawāon minkum man asarra l-qawla waman jahara bihi waman huwa mus'takhfin bi-al-layli wasāribun bil-nahāri
Voor Hem is degene die het woord verbergt gelijk aan degene die het hardop uitspreekt. En hij die verbergt in de nacht (is gelijk aan wie) overdag bekendmaakt.
lahu muʿaqqibātun min bayni yadayhi wamin khalfihi yaḥfaẓūnahu min amri l-lahi inna l-laha lā yughayyiru mā biqawmin ḥattā yughayyirū mā bi-anfusihim wa-idhā arāda l-lahu biqawmin sūan falā maradda lahu wamā lahum min dūnihi min wālin
Voor ieder zijn er Engelen in opvolging, voor hem en achter hem. Zij waken over hem op het Bevel van Allah. Waarlijk! Allah zal de goede omstandigheden van de mensen niet veranderen totdat zij hun eigen toestand veranderen. Maar als Allah een bestraffing voor de mensen wil, dan kan dat niet afgewend worden, en naast Hem zullen zij geen Beschermer vinden.
huwa alladhī yurīkumu l-barqa khawfan waṭamaʿan wayunshi-u l-saḥāba l-thiqāla
En Hij is Degene die jullie de bliksem laat zien als een angst en een hoop. En Hij is het Die de zware wolken bijeenbrengt.
wayusabbiḥu l-raʿdu biḥamdihi wal-malāikatu min khīfatihi wayur'silu l-ṣawāʿiqa fayuṣību bihā man yashāu wahum yujādilūna fī l-lahi wahuwa shadīdu l-miḥāli
En de donder verheerlijkt en prijst Hem, en dat doen de engelen ook in ontzag voor Hem. Hij stuurt de bliksemflits en daarin slaat Hij ieder die Hij wil. En zij redetwisten over Allah. En Hij is machtig in kracht en streng in de bestraffing.
lahu daʿwatu l-ḥaqi wa-alladhīna yadʿūna min dūnihi lā yastajībūna lahum bishayin illā kabāsiṭi kaffayhi ilā l-māi liyablugha fāhu wamā huwa bibālighihi wamā duʿāu l-kāfirīna illā fī ḍalālin
Tot Hem is het ware gebed. En degenen die zij naast Hem aanroepen, geven hen niet meer antwoord dan degenen die zijn hand uitsteekt zodat het water zijn mond zal bereiken, maar het bereikt hem niet, en de aanroepingen van de ongelovigen zijn nutteloos.
walillahi yasjudu man fī l-samāwāti wal-arḍi ṭawʿan wakarhan waẓilāluhum bil-ghuduwi wal-āṣāli
En voor Allah (alleen) knielt ieder die in de hemelen en op aarde is, gewillig of ongewillig, en ook hun schaduwen (onderwerpen zich) in de ochtend en de avond.
qul man rabbu l-samāwāti wal-arḍi quli l-lahu qul afa-ittakhadhtum min dūnihi awliyāa lā yamlikūna li-anfusihim nafʿan walā ḍarran qul hal yastawī l-aʿmā wal-baṣīru am hal tastawī l-ẓulumātu wal-nūru am jaʿalū lillahi shurakāa khalaqū kakhalqihi fatashābaha l-khalqu ʿalayhim quli l-lahu khāliqu kulli shayin wahuwa l-wāḥidu l-qahāru
Zeg: “Wie is de Heer van de hemelen en de aarde?” Zeg: “Allah.” Zeg: “Nemen jullie dan (ter aanbidding) naast Hem beschermers terwijl zij geen macht hebben om voor zichzelf nut (te verwerven) of schade (af te wenden)?” Zeg: “Is de blinde gelijk aan de ziende? Of is de duisternis gelijk aan het licht? Of kennen zij aan Allah deelgenoten toe die iets geschapen zouden hebben, zoals Zijn schepping?” Zodat het scheppen voor hen hetzelfde is. Zeg: “Allah is de Schepper van alle zaken, Hij is de Ene, de Overweldiger.”
anzala mina l-samāi māan fasālat awdiyatun biqadarihā fa-iḥ'tamala l-saylu zabadan rābiyan wamimmā yūqidūna ʿalayhi fī l-nāri ib'tighāa ḥil'yatin aw matāʿin zabadun mith'luhu kadhālika yaḍribu l-lahu l-ḥaqa wal-bāṭila fa-ammā l-zabadu fayadhhabu jufāan wa-ammā mā yanfaʿu l-nāsa fayamkuthu fī l-arḍi kadhālika yaḍribu l-lahu l-amthāla
Hij stuurt het water naar beneden uit de hemelen dat daarna in beddingen naar hun omvang stroomt en de stroom draagt het schuim weg wat op de oppervlakte ligt. En uit wat zij in het vuur verhitten om versieringen of gebruiksvoorwerpen van te maken, komt er soortgelijk schuim. Zo laat Allah zien wat waarheid en leugen is! "Wat het schuim betreft, het verdwijnt als iets nutteloos, terwijl dat wat goed voor de mensheid is op de aarde blijft. Zo geeft Allah vergelijkingen.
lilladhīna is'tajābū lirabbihimu l-ḥus'nā wa-alladhīna lam yastajībū lahu law anna lahum mā fī l-arḍi jamīʿan wamith'lahu maʿahu la-if'tadaw bihi ulāika lahum sūu l-ḥisābi wamawāhum jahannamu wabi'sa l-mihādu
Voor degenen die de Roep van hun Heer beantwoorden is er het Paradijs. Maar voor degenen die Zijn Roep niet beantwoorden, al zouden zij alles hebben wat op aarde bestaat en nog eens zoveel daarbij, zij zouden zich daarmee willen vrijkopen. Voor hen zal er een verschrikkelijke afrekening volgen. Hun verblijfplaats zal de Hel zijn – en dat is zeker een slechte rustplaats.
afaman yaʿlamu annamā unzila ilayka min rabbika l-ḥaqu kaman huwa aʿmā innamā yatadhakkaru ulū l-albābi
Zal degene, die weet dat wat aan jou van je Heer geopenbaard is, de waarheid is, gelijk zijn aan degene die blind is? Maar het zijn slechts de mensen van begrip die daar acht op slaan.
alladhīna yūfūna biʿahdi l-lahi walā yanquḍūna l-mīthāqa
Degenen die het verbond van Allah vervullen en het verbond niet verbreken.