Abraham
إبراهيم
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-ra kitābun anzalnāhu ilayka litukh'rija l-nāsa mina l-ẓulumāti ilā l-nūri bi-idh'ni rabbihim ilā ṣirāṭi l-ʿazīzi l-ḥamīdi
Alif, Lām, Rā. (Dit is) een Boek dat Wij aan jou (O Mohammed) hebben geopenbaard opdat jij de mensheid uit de duisternis naar het licht moge leiden, met toestemming van hun Heer, naar het Pad van de Almachtige, de Eigenaar van alle lofbetuigingen.
al-lahi alladhī lahu mā fī l-samāwāti wamā fī l-arḍi wawaylun lil'kāfirīna min ʿadhābin shadīdin
Allah aan Wie wat in de hemelen en alles wat op aarde is behoort. En wee de ongelovigen, voor een strenge bestraffing.
alladhīna yastaḥibbūna l-ḥayata l-dun'yā ʿalā l-ākhirati wayaṣuddūna ʿan sabīli l-lahi wayabghūnahā ʿiwajan ulāika fī ḍalālin baʿīdin
Degenen die de voorkeur geven aan het leven van deze wereld in plaats van het leven in het Hiernamaals, en afhouden van de Weg van Allah en die wensen dat die krom wordt – zij zijn ver afgedwaald.
wamā arsalnā min rasūlin illā bilisāni qawmihi liyubayyina lahum fayuḍillu l-lahu man yashāu wayahdī man yashāu wahuwa l-ʿazīzu l-ḥakīmu
En Wij sturen geen Boodschapper behalve met de taal van zijn volk, zodat hij (de Boodschap) voor hen duidelijk kan maken. Daarna doet Allah dwalen wie Hij wil en leidt Hij wie Hij wil. En Hij is de Almachtige, de Alwijze.
walaqad arsalnā mūsā biāyātinā an akhrij qawmaka mina l-ẓulumāti ilā l-nūri wadhakkir'hum bi-ayyāmi l-lahi inna fī dhālika laāyātin likulli ṣabbārin shakūrin
En voorwaar, Wij stuurden Mozes met Onze Tekenen (zeggende): “Breng jullie volk van de duisternis naar het licht en herinner hen aan de dagen van Allah.” Waarlijk, daarin zijn bewijzen en Tekenen voor alle geduldige dankbaren.
wa-idh qāla mūsā liqawmihi udh'kurū niʿ'mata l-lahi ʿalaykum idh anjākum min āli fir'ʿawna yasūmūnakum sūa l-ʿadhābi wayudhabbiḥūna abnāakum wayastaḥyūna nisāakum wafī dhālikum balāon min rabbikum ʿaẓīmun
En (gedenk) toen Mozes tegen zijn volk zei: “Herinner je Allah’s gunsten over jullie, toen Hij jullie redde van het volk van de Farao, die jullie met vreselijke bestraffing troffen, en jullie zonen afslachten en jullie dochters in leven lieten, en daarin was een vreselijke beproeving van jullie Heer.”
wa-idh ta-adhana rabbukum la-in shakartum la-azīdannakum wala-in kafartum inna ʿadhābī lashadīdun
En (gedenk) toen jullie Heer verklaarde: “Als jullie dank betuigen, dan geef Ik jullie meer maar als jullie ondankbaar zijn, waarlijk! Mijn bestraffing is zeker zwaar.”
waqāla mūsā in takfurū antum waman fī l-arḍi jamīʿan fa-inna l-laha laghaniyyun ḥamīdun
En Mozes zei: “Als jullie ondankbaar zijn, jullie en allen op de aarde tezamen, dan voorwaar! Allah is Behoefteloos, Eigenaar van alle lofprijzingen.”
alam yatikum naba-u alladhīna min qablikum qawmi nūḥin waʿādin wathamūda wa-alladhīna min baʿdihim lā yaʿlamuhum illā l-lahu jāathum rusuluhum bil-bayināti faraddū aydiyahum fī afwāhihim waqālū innā kafarnā bimā ur'sil'tum bihi wa-innā lafī shakkin mimmā tadʿūnanā ilayhi murībin
Heeft jullie het nieuws niet bereikt van degenen vóór jullie, het volk van Noah, en ‘Ad, en Thamoed? En degenen na hen? Niemand kent hen, behalve Allah. Tot hen kwamen hun Boodschappers met duidelijke bewijzen, maar zij legden hun handen over hun monden en zeiden: “Waarlijk, wij geloven niet aan datgene wat aan jou gestuurd is en wij verkeren echt in grote twijfel over datgene waartoe jij ons uitnodigt.”
qālat rusuluhum afī l-lahi shakkun fāṭiri l-samāwāti wal-arḍi yadʿūkum liyaghfira lakum min dhunūbikum wayu-akhirakum ilā ajalin musamman qālū in antum illā basharun mith'lunā turīdūna an taṣuddūnā ʿammā kāna yaʿbudu ābāunā fatūnā bisul'ṭānin mubīnin
Hun Boodschappers zeiden: “Wat! Kan er twijfel bestaan over Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde?" Hij roept jullie opdat Hij jullie moge vergeven voor jullie zonden en om jullie uitstel te geven voor een vastgestelde termijn.” Zij zeiden: “Jullie zijn niets anders dan mensen zoals wij! Jullie wensen dat wij ons afkeren van wat onze vaders gewoonlijk aanbaden. Geef ons dan een duidelijk bewijs.”
qālat lahum rusuluhum in naḥnu illā basharun mith'lukum walākinna l-laha yamunnu ʿalā man yashāu min ʿibādihi wamā kāna lanā an natiyakum bisul'ṭānin illā bi-idh'ni l-lahi waʿalā l-lahi falyatawakkali l-mu'minūna
Hun Boodschappers zeiden tegen hen: “Wij zijn niet meer dan mensen zoals jullie, maar Allah schenkt Zijn genade aan wie Hij wil van Zijn dienaren. Het is niet aan ons om jullie een bewijs te geven behalve met de toestemming van Allah. En op (alleen) Allah leggen de gelovigen hun vertrouwen.
wamā lanā allā natawakkala ʿalā l-lahi waqad hadānā subulanā walanaṣbiranna ʿalā mā ādhaytumūnā waʿalā l-lahi falyatawakkali l-mutawakilūna
En waarom zouden wij ons vertrouwen niet bij Allah leggen want Hij heeft ons zeker geleid op onze wegen. En wij zullen zeker geduldig alle kwetsuren verdragen die jullie ons toebrengen, en laat daarom zij die vertrouwen hebben, hun vertrouwen op Allah stellen.”
waqāla alladhīna kafarū lirusulihim lanukh'rijannakum min arḍinā aw lataʿūdunna fī millatinā fa-awḥā ilayhim rabbuhum lanuh'likanna l-ẓālimīna
En degenen die ongelovig waren zeiden tot hun Boodschappers: “Zeker, wij zullen jullie het land uit jagen, of jullie moeten tot onze godsdienst terugkeren.” Toen openbaarde hun Heer hen: “Waarlijk, Wij zullen de onrechtvaardigen vernietigen.
walanus'kinannakumu l-arḍa min baʿdihim dhālika liman khāfa maqāmī wakhāfa waʿīdi
En voorwaar, Wij zullen er voor zorgen dat jullie in het land na hen wonen. Dit is voor degene die vreest voor Mij te staan en die Mijn waarschuwing vreest.”
wa-is'taftaḥū wakhāba kullu jabbārin ʿanīdin
Maar zij vroegen om een overwinning en de hulp (van hun Heer), en elke koppige, arrogante alleenheerser onderging een volledig verlies en vernietiging.
min warāihi jahannamu wayus'qā min māin ṣadīdin
Vóór hen ligt de Hel. En hij wordt gedwongen om kokend water te drinken.
yatajarraʿuhu walā yakādu yusīghuhu wayatīhi l-mawtu min kulli makānin wamā huwa bimayyitin wamin warāihi ʿadhābun ghalīẓun
Hij zal het met kleine teugen drinken en hij zal grote problemen ondervinden in het doorslikken daarvan. En de dood zal hem van alle kanten benaderen, maar hij zal niet sterven en voor hem zal een grote bestraffing zijn.
mathalu alladhīna kafarū birabbihim aʿmāluhum karamādin ish'taddat bihi l-rīḥu fī yawmin ʿāṣifin lā yaqdirūna mimmā kasabū ʿalā shayin dhālika huwa l-ḍalālu l-baʿīdu
De vergelijking van degenen die niet in hun Heer geloven is dat van hun werken die als as zijn, waarover de wind hard blaast op een stormachtige dag. Zij zullen niet in staat zijn vast te houden wat zij verdiend hebben. Dat is het afdwalen.
alam tara anna l-laha khalaqa l-samāwāti wal-arḍa bil-ḥaqi in yasha yudh'hib'kum wayati bikhalqin jadīdin
Zie jij (O Mohammed) niet dat Allah de hemelen en de aarde in Waarheid heeft geschapen? Als Hij dat wil kan Hij jullie verwijderen (en) brengt Hij een nieuwe schepping voort.
wamā dhālika ʿalā l-lahi biʿazīzin
En voor Allah is dat niet moeilijk.