Het Rotsgebied
الحجر
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-ra til'ka āyātu l-kitābi waqur'ānin mubīnin
Alif, Lām, Rā. Dit zijn de verzen van het Boek en een duidelijke Koran.
rubamā yawaddu alladhīna kafarū law kānū mus'limīna
Misschien zullen degenen die ongelovig zijn wensen dat zij moslim zouden zijn.
dharhum yakulū wayatamattaʿū wayul'hihimu l-amalu fasawfa yaʿlamūna
Laat hen eten en zichzelf vermaken, en laat hen vooringenomen zijn met (valse) hoop. Zij zullen erachter komen!
wamā ahlaknā min qaryatin illā walahā kitābun maʿlūmun
En nooit hebben Wij een stad vernietigd zonder dat er een bekend besluit voor was.
mā tasbiqu min ummatin ajalahā wamā yastakhirūna
Geen volk kan zijn termijn verhaasten, noch het vertragen.
waqālū yāayyuhā alladhī nuzzila ʿalayhi l-dhik'ru innaka lamajnūnun
En zij zeggen: “O jij aan wie de vermaning is neergezonden! Waarlijk, jij bent een dwaze man.
law mā tatīnā bil-malāikati in kunta mina l-ṣādiqīna
Waarom breng je ons geen Engelen als je waarachtig bent?”
mā nunazzilu l-malāikata illā bil-ḥaqi wamā kānū idhan munẓarīna
Wij sturen de Engelen niet naar beneden, behalve met de Waarheid en in dat geval zullen zij geen uitstel hebben!
innā naḥnu nazzalnā l-dhik'ra wa-innā lahu laḥāfiẓūna
Waarlijk! Wij waren het die de Vermaning (de Koran) hebben neergezonden, dus zullen ook Wij er over waken (m.b.t. veranderingen, verdraaiingen, toevoegingen of weglatingen)
walaqad arsalnā min qablika fī shiyaʿi l-awalīna
Voorwaar, Wij hebben Boodschappers vόόr jou gezonden naar de vroegere volken.
wamā yatīhim min rasūlin illā kānū bihi yastahziūna
En nooit kwam er een Boodschapper tot hen of zij dreven de spot met hen.
kadhālika naslukuhu fī qulūbi l-muj'rimīna
Dus laten Wij het (ongeloof) in de harten van de misdadigers binnentreden.
lā yu'minūna bihi waqad khalat sunnatu l-awalīna
Zij zullen er niet in geloven en reeds is het voorbeeld vooruit gegaan.
walaw fataḥnā ʿalayhim bāban mina l-samāi faẓallū fīhi yaʿrujūna
En zelfs als Wij voor hen een hemelpoort zouden openen en zij zouden daarin kunnen opstijgen,
laqālū innamā sukkirat abṣārunā bal naḥnu qawmun masḥūrūna
Zouden zij zeker zeggen: “Onze ogen zijn duizelig. Nee, wij zijn een behekst" volk.”
walaqad jaʿalnā fī l-samāi burūjan wazayyannāhā lilnnāẓirīna
En voorwaar, Wij hebben sterrenstelsels in de hemel geplaatst en Wij hebben het voor toeschouwers daarvan versierd.
waḥafiẓ'nāhā min kulli shayṭānin rajīmin
En Wij hebben haar bewaakt tegen elke vervloekte Satan.
illā mani is'taraqa l-samʿa fa-atbaʿahu shihābun mubīnun
Behalve hij die (de Satan) heeft afgeluisterd, en door een duidelijk vlammend vuur wordt achtervolgd.
wal-arḍa madadnāhā wa-alqaynā fīhā rawāsiya wa-anbatnā fīhā min kulli shayin mawzūnin
En de aarde hebben Wij uitgespreid en daarop stevige bergen geplaatst en Wij hebben daarop allerlei zaken laten groeien in goede verhouding.
wajaʿalnā lakum fīhā maʿāyisha waman lastum lahu birāziqīna
En Wij hebben voor jullie daar levensonderhoud gemaakt, en ook voor degenen die jullie niet voorzien.