Maria
مريم
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
kaf-ha-ya-ain-sad
Kāf, Ha, Ya, ‘Ain, Shād.
dhik'ru raḥmati rabbika ʿabdahu zakariyyā
(Dit is) een vermelding van genade van jouw Heer aan Zijn dienaar Zacharias.
idh nādā rabbahu nidāan khafiyyan
(Gedenk) toen hij zachtjes zijn smeekbeden tot zijn Heer richtte.
qāla rabbi innī wahana l-ʿaẓmu minnī wa-ish'taʿala l-rasu shayban walam akun biduʿāika rabbi shaqiyyan
(Zacharias) zei: “Mijn Heer! (Door ouderdom) zijn mijn botten zwak (en broos) geworden en (bewijs hiervoor is) het grijs haar dat zich over mijn hoofd heeft uitgespreid. En nooit ben ik ongezegend geweest in mijn aanroepingen tot U, o mijn Heer!
wa-innī khif'tu l-mawāliya min warāī wakānati im'ra-atī ʿāqiran fahab lī min ladunka waliyyan
En Waarlijk! Ik vrees voor het nageslacht na mij want mijn vrouw is onvruchtbaar. Dus geef mij van Uw Zijde een erfgenaam.
yarithunī wayarithu min āli yaʿqūba wa-ij'ʿalhu rabbi raḍiyyan
Die van mij zal erven en (ook) van het nageslacht van Yacoeb. En maak hem, mijn Heer, iemand waar U tevreden mee bent.
yāzakariyyā innā nubashiruka bighulāmin us'muhu yaḥyā lam najʿal lahu min qablu samiyyan
(Allah zei:) “O Zacharias! Waarlijk, Wij geven jou het goede nieuws van een zoon, zijn naam zal Yahya zijn. Wij gaven niemand eerder deze naam.”
qāla rabbi annā yakūnu lī ghulāmun wakānati im'ra-atī ʿāqiran waqad balaghtu mina l-kibari ʿitiyyan
Hij (Zacharias) zei: “Mijn Heer! Hoe kan ik een zoon krijgen als mijn vrouw onvruchtbaar is en ik al een bijzonder hoge leeftijd heb behaald?”
qāla kadhālika qāla rabbuka huwa ʿalayya hayyinun waqad khalaqtuka min qablu walam taku shayan
Hij zei: “Zo zal het zijn. Jouw Heer zegt: “Het is gemakkelijk voor Mij. Zeker, Ik heb jou eerder geschapen, toen je niets was!”
qāla rabbi ij'ʿal lī āyatan qāla āyatuka allā tukallima l-nāsa thalātha layālin sawiyyan
(Zacharias) zei: “Mijn Heer! Geef mij een Teken.” Hij zei: “Jouw Teken is dat je gedurende drie nachten niet tegen de mensheid zult spreken, hoewel jij geen lichamelijk gebrek hebt.”
fakharaja ʿalā qawmihi mina l-miḥ'rābi fa-awḥā ilayhim an sabbiḥū buk'ratan waʿashiyyan
Toen kwam hij van zijn gebedsruimte naar buiten, en gebaarde zijn volk door middel van tekens Allah in de ochtend en de namiddag te verheerlijken.
yāyaḥyā khudhi l-kitāba biquwwatin waātaynāhu l-ḥuk'ma ṣabiyyan
(Allah zei) “O Yahya! Houd je (stevig) aan het Boek vast.” En Wij gaven hem Wijsheid toen hij nog een kind was,
waḥanānan min ladunnā wazakatan wakāna taqiyyan
En (Wij maakten hem) geliefd bij de mensen als een gunst van Ons, en hij was zuiver van zonden en rechtgeleid.
wabarran biwālidayhi walam yakun jabbāran ʿaṣiyyan
En hij was plichtsgetrouw naar zijn ouders toe en hij was noch arrogant noch ongehoorzaam.
wasalāmun ʿalayhi yawma wulida wayawma yamūtu wayawma yub'ʿathu ḥayyan
En vrede zij met hem op de dag dat hij geboren werd, en de dag dat hij sterft en de dag dat hij weer tot leven wordt opgeroepen.
wa-udh'kur fī l-kitābi maryama idhi intabadhat min ahlihā makānan sharqiyyan
En noem in het Boek (het verhaal van) Maryam, toen zij zich in afzondering van haar familie terugtrok op een plaats die naar het oosten gericht was.
fa-ittakhadhat min dūnihim ḥijāban fa-arsalnā ilayhā rūḥanā fatamathala lahā basharan sawiyyan
Zij plaatste een scherm om zichzelf van hen af te zonderen. Toen stuurden Wij haar Onze Engel Jibriel en hij verscheen voor haar in de vorm van een volmaakte man.
qālat innī aʿūdhu bil-raḥmāni minka in kunta taqiyyan
Zij zei: “Waarlijk! Ik zoek mijn toevlucht bij de Barmhartige (Allah) tegen jou, als je Allah inderdaad vreest.”
qāla innamā anā rasūlu rabbiki li-ahaba laki ghulāman zakiyyan
(De Engel) zei: “Ik ben slechts een Boodschapper van jouw Heer (om) jou een reine jongen te schenken.”
qālat annā yakūnu lī ghulāmun walam yamsasnī basharun walam aku baghiyyan
Zij zei: “Hoe kan ik een zoon krijgen terwijl geen man mij heeft aangeraakt, ik ben geen onzedelijke vrouw!”