De Familie van Imraan
آل عمران
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
alif-lam-meem
Alif, lām, mīm.
al-lahu lā ilāha illā huwa l-ḥayu l-qayūmu
Allah! Er is geen god dan Hij, de Levende, de Eeuwig Bestaande.
nazzala ʿalayka l-kitāba bil-ḥaqi muṣaddiqan limā bayna yadayhi wa-anzala l-tawrāta wal-injīla
Hij is Degene die het Boek met de Waarheid aan jou heeft neergezonden, bevestigend wat hiervoor kwam. En Hij heeft de Thora en de Bijbel neergezonden.
min qablu hudan lilnnāsi wa-anzala l-fur'qāna inna alladhīna kafarū biāyāti l-lahi lahum ʿadhābun shadīdun wal-lahu ʿazīzun dhū intiqāmin
Hiervoor, als Leiding voor de mensheid, en Hij heeft het onderscheid (de Foerqan) neergezonden. Waarlijk, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, voor hen is er een zware bestraffing en Allah is Almachtig, Bezitter van de Vergelding.
inna l-laha lā yakhfā ʿalayhi shayon fī l-arḍi walā fī l-samāi
Waarlijk, niets is voor Allah op de aarde of in de hemelen verborgen.
huwa alladhī yuṣawwirukum fī l-arḥāmi kayfa yashāu lā ilāha illā huwa l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Hij is Degene die jullie in de baarmoeder gevormd heeft zoals Hij wil. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.
huwa alladhī anzala ʿalayka l-kitāba min'hu āyātun muḥ'kamātun hunna ummu l-kitābi wa-ukharu mutashābihātun fa-ammā alladhīna fī qulūbihim zayghun fayattabiʿūna mā tashābaha min'hu ib'tighāa l-fit'nati wa-ib'tighāa tawīlihi wamā yaʿlamu tawīlahu illā l-lahu wal-rāsikhūna fī l-ʿil'mi yaqūlūna āmannā bihi kullun min ʿindi rabbinā wamā yadhakkaru illā ulū l-albābi
Hij is het Die aan jou het Boek heeft neergezonden. Daarin zijn Verzen die volkomen duidelijk zijn, zij zijn de grondslag van het Boek; andere Verzen zijn voor meer uitleg vatbaar. Maar degenen in wiens harten dwaling (van de waarheid) is, misbruiken de (Verzen) met meerdere betekenissen om verdeeldheid te zaaien en de ‘ware’ betekenis ervan te zoeken, maar niemand kent de verborgen betekenissen behalve Allah. En degenen die grondig geschoold in de kennis zijn, zeggen: “Wij geloven erin, in het geheel van onze Heer.” En niemand laat zich vermanen behalve de mensen van begrip.
rabbanā lā tuzigh qulūbanā baʿda idh hadaytanā wahab lanā min ladunka raḥmatan innaka anta l-wahābu
Zij zeggen: “Onze Heer! Doe onze harten niet van de waarheid afdwalen, nadat U ons (daar naartoe) heeft geleid en schenk ons van Uw zijde Genade. Waarlijk, U bent de Schenker.”
rabbanā innaka jāmiʿu l-nāsi liyawmin lā rayba fīhi inna l-laha lā yukh'lifu l-mīʿāda
Onze Heer! Waarlijk U bent het Die de mensheid verzamelt op de dag, waarover geen twijfel is. Waarlijk, Allah breekt nooit Zijn belofte.”
inna alladhīna kafarū lan tugh'niya ʿanhum amwāluhum walā awlāduhum mina l-lahi shayan wa-ulāika hum waqūdu l-nāri
Waarlijk, (voor) degenen die ongelovig zijn baten noch hun eigendommen noch hun nageslacht of wat dan ook tegen (de bestraffing van) Allah; en zij zijn het die brandstof voor het vuur zijn.
kadabi āli fir'ʿawna wa-alladhīna min qablihim kadhabū biāyātinā fa-akhadhahumu l-lahu bidhunūbihim wal-lahu shadīdu l-ʿiqābi
(Hun gedrag is) als dat van de mensen van de Farao en van degenen vóór hen; zij ontkenden Onze Tekenen; dus Allah strafte hen voor hun zonden. En Allah is streng in de bestraffing.
qul lilladhīna kafarū satugh'labūna watuḥ'sharūna ilā jahannama wabi'sa l-mihādu
Zeg tegen degenen die ongelovig zijn: “Jullie zullen verslagen worden en tezamen in de Hel verzameld worden en dat is zeker de slechtste rustplaats.”
qad kāna lakum āyatun fī fi-atayni l-taqatā fi-atun tuqātilu fī sabīli l-lahi wa-ukh'rā kāfiratun yarawnahum mith'layhim raya l-ʿayni wal-lahu yu-ayyidu binaṣrihi man yashāu inna fī dhālika laʿib'ratan li-ulī l-abṣāri
Er is reeds een Teken voor jullie geweest in de twee legers die elkaar ontmoetten (in de strijd): Het ene vocht voor de zaak van Allah en het andere leger was ongelovig. Zij (de ongelovigen) zagen hen (de gelovigen) met hun eigen ogen twee maal hun aantal. En Allah ondersteunt hen met Zijn overwinning die Hij wil. Waarlijk, hierin is een les voor degenen die begrijpen.
zuyyina lilnnāsi ḥubbu l-shahawāti mina l-nisāi wal-banīna wal-qanāṭīri l-muqanṭarati mina l-dhahabi wal-fiḍati wal-khayli l-musawamati wal-anʿāmi wal-ḥarthi dhālika matāʿu l-ḥayati l-dun'yā wal-lahu ʿindahu ḥus'nu l-maābi
Voor de mensen is de liefde voor begeerlijke zaken aantrekkelijk gemaakt, evenals de liefde voor vrouwen (in eerste instantie), kinderen, goud en zilver, (en ook) gemerkte paarden, vee (kamelen, koeien en schapen) en (vruchtbare) gronden (akkers en plantages). Dit zijn de geneugten van het huidige wereldse leven. En Allah, bij Hem is de beste terugkeer.
qul a-unabbi-ukum bikhayrin min dhālikum lilladhīna ittaqaw ʿinda rabbihim jannātun tajrī min taḥtihā l-anhāru khālidīna fīhā wa-azwājun muṭahharatun wariḍ'wānun mina l-lahi wal-lahu baṣīrun bil-ʿibādi
Zeg: (O Mohammed) “Zal ik jullie iets vertellen dat veel beter is dan dit? Voor de godvrezenden zijn er Tuinen (het Paradijs) bij hun Heer, daar onderdoor stromen rivieren. Daarin (is hun)eeuwige (verblijfplaats) en (daar zijn) reine .metgezellen. En Allah zal tevreden met hen zijn. En Allah is de Alziende over (Zijn) dienaren.”
alladhīna yaqūlūna rabbanā innanā āmannā fa-igh'fir lanā dhunūbanā waqinā ʿadhāba l-nāri
Degenen die zeggen: “Onze Heer! Wij hebben waarlijk geloofd, vergeef ons onze zonden en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur.”
al-ṣābirīna wal-ṣādiqīna wal-qānitīna wal-munfiqīna wal-mus'taghfirīna bil-asḥāri
(Dat zijn) degenen die geduldig zijn, degenen die waarachtig zijn, en gehoorzaam met een oprechte toewijding in de aanbidding tot Allah. Degenen die bidden en om Allah’s vergeving smeken in de laatste uren van de nacht.
shahida l-lahu annahu lā ilāha illā huwa wal-malāikatu wa-ulū l-ʿil'mi qāiman bil-qis'ṭi lā ilāha illā huwa l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Allah getuigt dat er geen god is dan Hij, en de Engelen en degenen die kennis hebben getuigen ook; handhavende de rechtvaardigheid. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.
inna l-dīna ʿinda l-lahi l-is'lāmu wamā ikh'talafa alladhīna ūtū l-kitāba illā min baʿdi mā jāahumu l-ʿil'mu baghyan baynahum waman yakfur biāyāti l-lahi fa-inna l-laha sarīʿu l-ḥisābi
Waarlijk, de (geaccepteerde) godsdienst bij Allah is de islam. Degenen die het Boek is gegeven verschilden eerst onderling uit afgunst nadat kennis tot hen was gekomen was. En iedereen die niet in de Tekenen van Allah gelooft, dan waarlijk, Allah is snel in de verrekening.
fa-in ḥājjūka faqul aslamtu wajhiya lillahi wamani ittabaʿani waqul lilladhīna ūtū l-kitāba wal-umiyīna a-aslamtum fa-in aslamū faqadi ih'tadaw wa-in tawallaw fa-innamā ʿalayka l-balāghu wal-lahu baṣīrun bil-ʿibādi
Als zij dus met jou redetwisten zeg dan: “Ik heb mijzelf aan Allah onderworpen en (dat doen ook) degenen die mij volgen.” En zeg tegen degenen die het Boek gekregen hebben en tegen degenen die ongeletterd zijn: “Onderwerpen jullie je ook?” Als zij dat doen, dan zijn ze rechtgeleid, maar als zij zich ervan afkeren, is jouw plicht slechts om de boodschap te verkondigen; en Allah is de Alziende van (Zijn) dienaren!