De Vrouwen
النساء
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yāayyuhā l-nāsu ittaqū rabbakumu alladhī khalaqakum min nafsin wāḥidatin wakhalaqa min'hā zawjahā wabatha min'humā rijālan kathīran wanisāan wa-ittaqū l-laha alladhī tasāalūna bihi wal-arḥāma inna l-laha kāna ʿalaykum raqīban
O mensheid! Wees plichtsgetrouw ten aanzien van jullie Heer, die jullie uit één enkele ziel heeft geschapen en (vervolgens) daaruit zijn vrouwelijke wederhelft schiep. En uit hun beide heeft Hij vele mannen en vrouwen voortgebracht. En vrees Allah in wiens Naam jullie elkaar (om hulp) vragen en (verbreek) de familiebanden niet. Voorzeker, Allah is altijd en overal oplettend over jullie (daden).
waātū l-yatāmā amwālahum walā tatabaddalū l-khabītha bil-ṭayibi walā takulū amwālahum ilā amwālikum innahu kāna ḥūban kabīran
En geef de wezen hun bezittingen en vervang (jullie) slechte zaken niet door (hun) goede zaken, en verslind hun spullen niet door het bij jullie spullen te voegen. Zeker, dit is een grote zonde.
wa-in khif'tum allā tuq'siṭū fī l-yatāmā fa-inkiḥū mā ṭāba lakum mina l-nisāi mathnā wathulātha warubāʿa fa-in khif'tum allā taʿdilū fawāḥidatan aw mā malakat aymānukum dhālika adnā allā taʿūlū
En als jullie vrezen, dat jullie niet rechtvaardig met de (vrouwelijke) wezen kunnen handelen (in hun recht op een bruidsschat), trouw dan" (andere) vrouwen naar keuze, twee of drie of vier, maar als jullie vrezen dat jullie niet rechtvaardig (met hen) kunnen handelen dan slechts één of wat jullie rechterhanden bezitten. Zo kunnen jullie beter voorkomen onrechtvaardig te handelen.
waātū l-nisāa ṣaduqātihinna niḥ'latan fa-in ṭib'na lakum ʿan shayin min'hu nafsan fakulūhu hanīan marīan
En geef de vrouwen (die jullie trouwen) hun bruidschat met een goed hart, maar als zij voor hun eigen genoegen, jou daar een deel van kwijtschelden, neem het dan en geniet er zonder vrees of kwaad van.
walā tu'tū l-sufahāa amwālakumu allatī jaʿala l-lahu lakum qiyāman wa-ur'zuqūhum fīhā wa-ik'sūhum waqūlū lahum qawlan maʿrūfan
En geef jullie eigendommen, die Allah als middel van bestaan heeft gegeven niet aan degenen die zwak van geest zijn, maar voedt en kleedt hen daarmee en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tot hen.
wa-ib'talū l-yatāmā ḥattā idhā balaghū l-nikāḥa fa-in ānastum min'hum rush'dan fa-id'faʿū ilayhim amwālahum walā takulūhā is'rāfan wabidāran an yakbarū waman kāna ghaniyyan falyastaʿfif waman kāna faqīran falyakul bil-maʿrūfi fa-idhā dafaʿtum ilayhim amwālahum fa-ashhidū ʿalayhim wakafā bil-lahi ḥasīban
Beproef de wezen als zij de huwbare leeftijd hebben bereikt en als jullie ontdekken dat zij goed kunnen oordelen, geef hen dan hun eigendommen, maar verspil het niet in haast, opdat zij op zullen groeien. En wie onder hun voogden rijk is, moet geen loon nemen, maar als hij arm is, moet hij voor zichzelf nemen wat rechtvaardig en redelijk is. En als jullie hun eigendommen aan hen teruggeven, zorg dan dat er getuigen bij zijn. En Allah is voldoende in het vereffenen van de rekening.
lilrrijāli naṣībun mimmā taraka l-wālidāni wal-aqrabūna walilnnisāi naṣībun mimmā taraka l-wālidāni wal-aqrabūna mimmā qalla min'hu aw kathura naṣīban mafrūḍan
Er is een deel voor de mannen en een deel voor de vrouwen van wat door de ouders en degenen die het naast verwant zijn worden achtergelaten, of hun eigendommen nu groot of klein zijn, een wettig deel.
wa-idhā ḥaḍara l-qis'mata ulū l-qur'bā wal-yatāmā wal-masākīnu fa-ur'zuqūhum min'hu waqūlū lahum qawlan maʿrūfan
En als de verwanten (zonder erfrecht) en de wezen en de armen aanwezig zijn ten tijden van de verdeling, geef hun van de eigendommen en spreek vriendelijke en rechtvaardige woorden tegen hen.
walyakhsha alladhīna law tarakū min khalfihim dhurriyyatan ḍiʿāfan khāfū ʿalayhim falyattaqū l-laha walyaqūlū qawlan sadīdan
En laat degenen die een zwak nageslacht zouden achterlaten bevreesd en bezorgd zijn. Laat hen dus Allah vrezen en rechtvaardig spreken.
inna alladhīna yakulūna amwāla l-yatāmā ẓul'man innamā yakulūna fī buṭūnihim nāran wasayaṣlawna saʿīran
Waarlijk, degenen die onrechtmatig de eigendommen van de wezen eten, eten slechts tot er vuur in hun buiken komt en zij zullen verbrand worden in een laaiend vuur!
yūṣīkumu l-lahu fī awlādikum lildhakari mith'lu ḥaẓẓi l-unthayayni fa-in kunna nisāan fawqa ith'natayni falahunna thuluthā mā taraka wa-in kānat wāḥidatan falahā l-niṣ'fu wali-abawayhi likulli wāḥidin min'humā l-sudusu mimmā taraka in kāna lahu waladun fa-in lam yakun lahu waladun wawarithahu abawāhu fali-ummihi l-thuluthu fa-in kāna lahu ikh'watun fali-ummihi l-sudusu min baʿdi waṣiyyatin yūṣī bihā aw daynin ābāukum wa-abnāukum lā tadrūna ayyuhum aqrabu lakum nafʿan farīḍatan mina l-lahi inna l-laha kāna ʿalīman ḥakīman
Allah beveelt jullie met betrekking tot (de erfenis van) de kinderen, voor een man een deel dat gelijk is aan dat van twee vrouwen; als er slechts dochters zijn, twee of meer, dan delen zij tweederde van de erfenis; als er slechts één is dan is haar deel de helft. Voor de ouders is er voor elk één-zesde deel van de erfenis van de kinderen; als er geen kinderen zijn en de ouders zijn (de enige) erfgenamen dan krijgt de moeder één-derde; als de overledene broers of (zusters) nalaat, krijgt de moeder één-zesde. (De verdeling is in alle gevallen) na het uitbetalen van legaten die hij bezit of van (niet vereffende) schulden. Jullie weten niet wie van hen, of jullie ouders of jullie kinderen jullie tot meer nut zijn; (deze vastgestelde bedragen) zijn door Allah bevolen. En Allah is voor altijd Alwetend, Alwijs.
walakum niṣ'fu mā taraka azwājukum in lam yakun lahunna waladun fa-in kāna lahunna waladun falakumu l-rubuʿu mimmā tarakna min baʿdi waṣiyyatin yūṣīna bihā aw daynin walahunna l-rubuʿu mimmā taraktum in lam yakun lakum waladun fa-in kāna lakum waladun falahunna l-thumunu mimmā taraktum min baʿdi waṣiyyatin tūṣūna bihā aw daynin wa-in kāna rajulun yūrathu kalālatan awi im'ra-atun walahu akhun aw ukh'tun falikulli wāḥidin min'humā l-sudusu fa-in kānū akthara min dhālika fahum shurakāu fī l-thuluthi min baʿdi waṣiyyatin yūṣā bihā aw daynin ghayra muḍārrin waṣiyyatan mina l-lahi wal-lahu ʿalīmun ḥalīmun
Datgene wat jullie echtgenotes achterlaten, jullie deel is de helft, als zij geen kinderen achterlaten; maar als zij een kind heeft is jullie deel één-vierde van wat zij achterlaten na het betalen van legaten die zij bezitten of van schulden. En voor hen (vrouwen) is er één-vierde van wat jullie nalaten, indien jullie geen kinderen achterlaten, maar als jullie kinderen hebben, krijgen zij (vrouwen) één-achtste van wat jij achterlaat na betaling van legaten en schulden. Als de man of vrouw over wiens erfenis we het hebben geen ouders of kinderen nalaat, maar een broeder of een zuster nalaat, dan krijgt ieder van hen één-zesde, maar als het er meer dan twee zijn dan delen zij één-derde, na de betaling van legaten die hij (of zij) heeft en de schulden, zodat niemand enig verlies lijdt. Dit is een bevel van Allah; en Allah is voor altijd Alwetend, Genadevol.
til'ka ḥudūdu l-lahi waman yuṭiʿi l-laha warasūlahu yud'khil'hu jannātin tajrī min taḥtihā l-anhāru khālidīna fīhā wadhālika l-fawzu l-ʿaẓīmu
Dit zijn de door Allah vastgestelde bepalingen en iedereen die Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt: Hij (Allah) zal hem het Paradijs binnenleiden, waar rivieren onderdoor stromen. Daar zullen zijn in verblijven en dat zal een groot succes zijn.
waman yaʿṣi l-laha warasūlahu wayataʿadda ḥudūdahu yud'khil'hu nāran khālidan fīhā walahu ʿadhābun muhīnun
En iedereen die ongehoorzaam is aan Allah en Zijn Boodschapper en Zijn grenzen overtreedt, zal naar het vuur verbannen worden, om daarin te verblijven; en hij zal een vernederende bestraffing hebben.
wa-allātī yatīna l-fāḥishata min nisāikum fa-is'tashhidū ʿalayhinna arbaʿatan minkum fa-in shahidū fa-amsikūhunna fī l-buyūti ḥattā yatawaffāhunna l-mawtu aw yajʿala l-lahu lahunna sabīlan
En degenen van jullie vrouwen die overspel spelen, neem voor het bewijs vier getuigen onder jullie tegen hen; en als zij hen schuldig verklaren, sluit hen dan in hun huizen op tot de dood tot hen komt of Allah voor hen een (andere) weg bevolen heeft.
wa-alladhāni yatiyānihā minkum faādhūhumā fa-in tābā wa-aṣlaḥā fa-aʿriḍū ʿanhumā inna l-laha kāna tawwāban raḥīman
En de twee personen onder jullie die overspel plegen, straf hen beiden. En als zij berouw tonen en goede daden verrichten, laat hen dan alleen. Waarlijk, Allah is altijd degene Die berouw accepteert (en Hij is) de Barmhartigste.
innamā l-tawbatu ʿalā l-lahi lilladhīna yaʿmalūna l-sūa bijahālatin thumma yatūbūna min qarībin fa-ulāika yatūbu l-lahu ʿalayhim wakāna l-lahu ʿalīman ḥakīman
En Allah accepteert slechts het berouw van degenen die in onwetendheid of in dwaasheid zondigen en snel daarna berouw tonen; hen zal Allah vergeven, en Allah is voor altijd de Alwetende, de Alwijze.
walaysati l-tawbatu lilladhīna yaʿmalūna l-sayiāti ḥattā idhā ḥaḍara aḥadahumu l-mawtu qāla innī tub'tu l-āna walā alladhīna yamūtūna wahum kuffārun ulāika aʿtadnā lahum ʿadhāban alīman
En geen resultaat heeft het berouw van degenen die doorgaan met zondigen tot één van hen de dood in de ogen kijkt en zegt: “Nu heb ik berouw” noch van degenen die sterven terwijl zij ongelovig zijn. Voor hen hebben Wij een pijnlijke bestraffing voorbereid.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā yaḥillu lakum an tarithū l-nisāa karhan walā taʿḍulūhunna litadhhabū bibaʿḍi mā ātaytumūhunna illā an yatīna bifāḥishatin mubayyinatin waʿāshirūhunna bil-maʿrūfi fa-in karih'tumūhunna faʿasā an takrahū shayan wayajʿala l-lahu fīhi khayran kathīran
O, jullie die geloven! Jullie is het verboden om vrouwen tegen hun wil te erven en jullie mogen hen niet wreed behandelen, dat jullie een deel van de bruidschat wegnemen, die jullie hun zelf gegeven hebt, tenzij zij openlijk overspel plegen. En leef eerbaar met hen. En wanneer jullie een afkeer van hen hebben, dan kan het zijn dat jullie een "afkeer hebben van iets, terwijl Allah daarin veel goeds heeft gelegd.
wa-in aradttumu is'tib'dāla zawjin makāna zawjin waātaytum iḥ'dāhunna qinṭāran falā takhudhū min'hu shayan atakhudhūnahu buh'tānan wa-ith'man mubīnan
Maar als jullie een vrouw door een andere vrouw willen vervangen en jullie geven haar een groot bedrag als bruidschat, neem daar niet het minste van terug; Zullen jullie het onrechtmatig nemen en een grote zonde plegen?