Saad
ص
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
sad wal-qur'āni dhī l-dhik'ri
Shād. Bij de Koran, bezitter van eer.
bali alladhīna kafarū fī ʿizzatin washiqāqin
Maar degenen die ongelovig zijn verkeren in een valse trots en tegenstand.
kam ahlaknā min qablihim min qarnin fanādaw walāta ḥīna manāṣin
Hoeveel generaties vόόr hen hebben Wij niet vernietigd? Zij schreeuwden het uit toen er voor ontkomen geen tijd meer was.
waʿajibū an jāahum mundhirun min'hum waqāla l-kāfirūna hādhā sāḥirun kadhābun
En zij (de Arabische heidenen) verbaasden zich dat er een waarschuwer uit hun midden tot hen was gekomen! En de ongelovigen zeiden: “Dit is een tovenaar, een leugenaar.
ajaʿala l-ālihata ilāhan wāḥidan inna hādhā lashayon ʿujābun
Hij heeft (alle) goden in één god veranderd. Waarlijk, dit is iets vreemds!”
wa-inṭalaqa l-mala-u min'hum ani im'shū wa-iṣ'birū ʿalā ālihatikum inna hādhā lashayon yurādu
En de leiders onder hen gingen weg (zeggend): “Ga door en blijf standvastig met jullie goden! Waarlijk, dit (van Mohammed) is iets (dat tegen jullie) is ontworpen!
mā samiʿ'nā bihādhā fī l-milati l-ākhirati in hādhā illā ikh'tilāqun
Wij hebben hierover niets gehoord in de laatste godsdienst. Dit is niets anders dan een verzinsel!”
a-unzila ʿalayhi l-dhik'ru min bayninā bal hum fī shakkin min dhik'rī bal lammā yadhūqū ʿadhābi
Is aan hem uit Ons midden de Vermaning neergezonden? Nee, maar zij verkeren in twijfel over Mijn Vermaning. Nee, maar zij hebben (Mijn) bestraffing nog niet geproefd!
am ʿindahum khazāinu raḥmati rabbika l-ʿazīzi l-wahābi
Of hebben zij de schatten van de genade van jouw Heer, de Almachtige, de Ware Gever?
am lahum mul'ku l-samāwāti wal-arḍi wamā baynahumā falyartaqū fī l-asbābi
Of behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is hen toe? Als dat het geval is laten zij dan hun middelen vermeerderen.
jundun mā hunālika mahzūmun mina l-aḥzābi
Zij zijn daar niets anders dan het verslagen leger van de bondgenoten.
kadhabat qablahum qawmu nūḥin waʿādun wafir'ʿawnu dhū l-awtādi
Vόόr hen loochenden het volk van Noah; en (het volk van)‘Ad en Farao, de man met de staken.
wathamūdu waqawmu lūṭin wa-aṣḥābu al'aykati ulāika l-aḥzābu
En de Thamoed en het volk van Loeth en de bewoners van het woud; dat waren de bondgenoten.
in kullun illā kadhaba l-rusula faḥaqqa ʿiqābi
Allen verloochenden de Boodschappers, daarom was Mijn bestraffing gerechtvaardigd.
wamā yanẓuru hāulāi illā ṣayḥatan wāḥidatan mā lahā min fawāqin
En het wachten is slechts op een enkele kreet, die geen onderbreking kent.
waqālū rabbanā ʿajjil lanā qiṭṭanā qabla yawmi l-ḥisābi
Zij zeggen: “Onze Heer! Bespoedig voor ons, ons verslag van goede en slechte daden vóór de Dag van de Afrekening!”
iṣ'bir ʿalā mā yaqūlūna wa-udh'kur ʿabdanā dāwūda dhā l-aydi innahu awwābun
Wees geduldig met wat zij zeggen en gedenk Onze dienaar Dawoed, de bezitter van kracht. Waarlijk, hij is de meest berouwtonende.
innā sakharnā l-jibāla maʿahu yusabbiḥ'na bil-ʿashiyi wal-ish'rāqi
Waarlijk, Wij maakten de bergen dienstbaar, die met hem de Glorie van Allah prezen in de avond en in de ochtend.
wal-ṭayra maḥshūratan kullun lahu awwābun
En ook de verzamelde vogels; allen wenden zich voortdurend tot Hem. (Allah).
washadadnā mul'kahu waātaynāhu l-ḥik'mata wafaṣla l-khiṭābi
Wij versterkten zijn koninkrijk en gaven de hem de wijsheid en de beslissende uitspraken.