De Tafel
المائدة
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yāayyuhā alladhīna āmanū awfū bil-ʿuqūdi uḥillat lakum bahīmatu l-anʿāmi illā mā yut'lā ʿalaykum ghayra muḥillī l-ṣaydi wa-antum ḥurumun inna l-laha yaḥkumu mā yurīdu
O, jullie die geloven! Kom jullie verplichtingen na. Wettig voor jullie zijn de dieren van het vee behalve wat (nu) wordt aangekondigd. Niet toegestaan is het jagen als jullie in gewijde staat zijn (tijdens de bedevaart). Waarlijk, Allah beveelt jullie wat Hij wil.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tuḥillū shaʿāira l-lahi walā l-shahra l-ḥarāma walā l-hadya walā l-qalāida walā āmmīna l-bayta l-ḥarāma yabtaghūna faḍlan min rabbihim wariḍ'wānan wa-idhā ḥalaltum fa-iṣ'ṭādū walā yajrimannakum shanaānu qawmin an ṣaddūkum ʿani l-masjidi l-ḥarāmi an taʿtadū wataʿāwanū ʿalā l-biri wal-taqwā walā taʿāwanū ʿalā l-ith'mi wal-ʿud'wāni wa-ittaqū l-laha inna l-laha shadīdu l-ʿiqābi
O, jullie die geloven! Doe de heilige symbolen van Allah geen geweld aan, noch de heilige maand, noch de dieren die als offer gebracht worden en niet de halsomhangsels, noch de mensen die naar het Heilige Huis komen, om de overvloed en het genoegen van hun Heer te zoeken. Maar als jullie niet meer in de gewijde staat zijn, mogen jullie jagen, en laat niet de haat van sommige mensen je tegenhouden van de Masdjied al- Haram je naar overtreding leiden. Help elkaar in gehoorzaamheid en gehoorgeving (aan Allah en Zijn Boodschapper), maar help elkaar niet bij zonde en (grensoverschrijdend) onrecht. En vrees Allah, waarlijk, Allah is streng in de bestraffing.
ḥurrimat ʿalaykumu l-maytatu wal-damu walaḥmu l-khinzīri wamā uhilla lighayri l-lahi bihi wal-mun'khaniqatu wal-mawqūdhatu wal-mutaradiyatu wal-naṭīḥatu wamā akala l-sabuʿu illā mā dhakkaytum wamā dhubiḥa ʿalā l-nuṣubi wa-an tastaqsimū bil-azlāmi dhālikum fis'qun l-yawma ya-isa alladhīna kafarū min dīnikum falā takhshawhum wa-ikh'shawni l-yawma akmaltu lakum dīnakum wa-atmamtu ʿalaykum niʿ'matī waraḍītu lakumu l-is'lāma dīnan famani uḍ'ṭurra fī makhmaṣatin ghayra mutajānifin li-ith'min fa-inna l-laha ghafūrun raḥīmun
Verboden voor jullie zijn: het kadaver, het bloed en het vlees van het varken, en hetgeen waarover anders (dan de Naam) van Allah is uitgesproken, het gewurgde, het geslagene, het gevallene,het gestokene terwijl het geslacht werd, en dat waar de wilde dieren van gevreten hebben – tenzij jullie in staat zijn om het te slachten – en (verboden is) datgene wat op steenaltaren geofferd is en wat jullie met pijlen verloten. Dat is een zware zonde. Op deze dag hebben de ongelovigen alle hoop op jullie godsdienst opgegeven, vrees hen dus niet, maar vrees Mij. Vandaag heb Ik de godsdienst voor jullie voltooid en Mijn gunst voor jullie volmaakt en heb de Islam voor jullie als godsdienst gekozen. Maar voor hem die door erge honger gedreven is en die niet wil zondigen, Allah is dan de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.
yasalūnaka mādhā uḥilla lahum qul uḥilla lakumu l-ṭayibātu wamā ʿallamtum mina l-jawāriḥi mukallibīna tuʿallimūnahunna mimmā ʿallamakumu l-lahu fakulū mimmā amsakna ʿalaykum wa-udh'kurū is'ma l-lahi ʿalayhi wa-ittaqū l-laha inna l-laha sarīʿu l-ḥisābi
Zij vragen je wat wettig voor hen is. Zeg: “Wettig voor jullie zijn alle soorten halal voedsel, die Allah voor jullie wettig heeft gemaakt. En de roofdieren die jullie afgericht hebben zoals jachthonden; getraind en onderricht om (te vangen) op een manier die Allah jullie onderricht heeft, eet dus van wat zij voor jullie vangen, maar spreek de Naam van Allah daarover uit, en vrees Allah. Waarlijk, Allah is snel in de berekening.
al-yawma uḥilla lakumu l-ṭayibātu waṭaʿāmu alladhīna ūtū l-kitāba ḥillun lakum waṭaʿāmukum ḥillun lahum wal-muḥ'ṣanātu mina l-mu'mināti wal-muḥ'ṣanātu mina alladhīna ūtū l-kitāba min qablikum idhā ātaytumūhunna ujūrahunna muḥ'ṣinīna ghayra musāfiḥīna walā muttakhidhī akhdānin waman yakfur bil-īmāni faqad ḥabiṭa ʿamaluhu wahuwa fī l-ākhirati mina l-khāsirīna
Op deze dag zijn alle goede (zaken) voor jullie toegestaan gemaakt. Het voedsel van de mensen van het Boek is jullie toegestaan en jullie voedsel is wettig voor hen. (Wettig om te huwen) zijn kuise vrouwen van de gelovigen en kuise vrouwen van degenen die het Boek is gegeven vόόr jullie tijd, als jullie hun hun voorgeschreven bruidsschat geven, kuisheid wensend en geen overspel plegend, noch heimelijk minnaressen nemend. En iedereen die ongelovig is aan de eenheid van Allah en in de andere geloofsbepalingen, diens werk is vruchteloos en in het Hiernamaals zal hij onder de verliezers zijn.
yāayyuhā alladhīna āmanū idhā qum'tum ilā l-ṣalati fa-igh'silū wujūhakum wa-aydiyakum ilā l-marāfiqi wa-im'saḥū biruūsikum wa-arjulakum ilā l-kaʿbayni wa-in kuntum junuban fa-iṭṭahharū wa-in kuntum marḍā aw ʿalā safarin aw jāa aḥadun minkum mina l-ghāiṭi aw lāmastumu l-nisāa falam tajidū māan fatayammamū ṣaʿīdan ṭayyiban fa-im'saḥū biwujūhikum wa-aydīkum min'hu mā yurīdu l-lahu liyajʿala ʿalaykum min ḥarajin walākin yurīdu liyuṭahhirakum waliyutimma niʿ'matahu ʿalaykum laʿallakum tashkurūna
O, jullie die geloven! Als jullie willen overgaan tot het gebed, was (dan eerst) jullie gezichten en jullie handen (en onderarmen) inclusief de ellebogen, wrijf (met natte handen) over jullie hoofden en (was) jullie voeten, inclusief de enkels. En als jullie in toestand van seksuele onreinheid zijn, reinig julliezelf dan (en doe ghoesl). Maar als jullie ziek zijn of op reis zijn, of als een van jullie van het toilet gekomen is, of als jullie (intiem) contact hebben gehad met (jullie) vrouwen en geen water (kunnen) vinden, reinig jullie dan met zuivere aarde en wrijf (daarmee) over jullie gezichten en jullie handen (inclusief de polsen). (Want) Allah wil het jullie (absoluut) niet moeilijk maken, maar Hij wil jullie reinigen (van onzuiverheden en zonden), en Zijn gunsten voor jullie vervolmaken (op basis van de islam), opdat jullie (hiervoor) dankbaar zullen zijn.
wa-udh'kurū niʿ'mata l-lahi ʿalaykum wamīthāqahu alladhī wāthaqakum bihi idh qul'tum samiʿ'nā wa-aṭaʿnā wa-ittaqū l-laha inna l-laha ʿalīmun bidhāti l-ṣudūri
En gedenk Allah’s gunsten voor jullie en Zijn verbond wat Hij met jullie afgesloten heeft toen jullie zeiden: “Wij hoorden en wij gehoorzaamden.” Vrees Allah. Waarlijk, Allah is de Alwetende van de geheimen van (jullie) harten.
yāayyuhā alladhīna āmanū kūnū qawwāmīna lillahi shuhadāa bil-qis'ṭi walā yajrimannakum shanaānu qawmin ʿalā allā taʿdilū iʿ'dilū huwa aqrabu lilttaqwā wa-ittaqū l-laha inna l-laha khabīrun bimā taʿmalūna
O, jullie die geloven! Wees standvastigen voor Allah als rechtvaardige getuigen. En laat de haat van een volk jullie er niet toe brengen niet dat rechtvaardig te wezen. Wees rechtvaardig (voor zowel vriend als vijand), want dat is het dichtst bij godsvrees. Vrees daarom Allah! Waarlijk, Allah weet wat jullie doen.
waʿada l-lahu alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lahum maghfiratun wa-ajrun ʿaẓīmun
Allah heeft degenen die geloven en goede daden verrichten beloofd dat er voor hen vergiffenis is en een grote beloning.
wa-alladhīna kafarū wakadhabū biāyātinā ulāika aṣḥābu l-jaḥīmi
Zij die ongelovig zijn en Onze Tekenen ontkennen, zijn degenen die de bewoners van het Hellevuur zullen zijn.
yāayyuhā alladhīna āmanū udh'kurū niʿ'mata l-lahi ʿalaykum idh hamma qawmun an yabsuṭū ilaykum aydiyahum fakaffa aydiyahum ʿankum wa-ittaqū l-laha waʿalā l-lahi falyatawakkali l-mu'minūna
O, jullie die geloven! Gedenk de gunsten van Allah voor jullie, toen sommige mensen (een plan) wensten te maken, om hun handen tegen jou uit te strekken, maar (Allah) weerhield hun handen. Vrees dus Allah. En laat de gelovigen in Allah hun vertrouwen leggen.
walaqad akhadha l-lahu mīthāqa banī is'rāīla wabaʿathnā min'humu ith'nay ʿashara naqīban waqāla l-lahu innī maʿakum la-in aqamtumu l-ṣalata waātaytumu l-zakata waāmantum birusulī waʿazzartumūhum wa-aqraḍtumu l-laha qarḍan ḥasanan la-ukaffiranna ʿankum sayyiātikum wala-ud'khilannakum jannātin tajrī min taḥtihā l-anhāru faman kafara baʿda dhālika minkum faqad ḍalla sawāa l-sabīli
Voorwaar, Allah heeft een verbond met de Kinderen van Israël gesloten. En onder hen hebben Wij twaalf leiders aangewezen. En Allah zei: “Ik ben bij jullie, als jullie de gebeden volmaakt verrichten en zakaat geven en in Mijn Boodschappers geloven, hen respecteren en hen helpen, en Allah een goede lening lenen. Waarlijk, Ik zal jullie zonden verwijderen en jullie naar de Tuinen verwijzen waar rivieren onderdoor stromen. Maar als één van jullie hierna ongelovig is, is hij zeker van het rechte Pad afgedwaald.
fabimā naqḍihim mīthāqahum laʿannāhum wajaʿalnā qulūbahum qāsiyatan yuḥarrifūna l-kalima ʿan mawāḍiʿihi wanasū ḥaẓẓan mimmā dhukkirū bihi walā tazālu taṭṭaliʿu ʿalā khāinatin min'hum illā qalīlan min'hum fa-uʿ'fu ʿanhum wa-iṣ'faḥ inna l-laha yuḥibbu l-muḥ'sinīna
Omdat zij het verbond verbroken hebben, vervloeken Wij hen en laten wij hun harten hard worden. Zij hebben de woorden (in het Boek) van hun (juiste) plaats verwisseld en hebben een goed gedeelte van de Boodschap die naar hen gestuurd was, vergeten. En jij (O Mohammed) zal steeds bedrog bij hen vinden, met uitzondering van een paar van hen. Maar vergeef hen, en negeer (hun fouten). Waarlijk, Allah houdt van de weldoeners.
wamina alladhīna qālū innā naṣārā akhadhnā mīthāqahum fanasū ḥaẓẓan mimmā dhukkirū bihi fa-aghraynā baynahumu l-ʿadāwata wal-baghḍāa ilā yawmi l-qiyāmati wasawfa yunabbi-uhumu l-lahu bimā kānū yaṣnaʿūna
En van degenen die zichzelf Christen noemen, hebben Wij een verbond afgenomen, maar zij hebben een goed gedeelte van de Boodschap die hen gestuurd is, vergeten. Dus hebben Wij vijandigheid en haat in hen geplant tot de Dag der Opstanding en Allah zal hun vertellen wat zij deden.
yāahla l-kitābi qad jāakum rasūlunā yubayyinu lakum kathīran mimmā kuntum tukh'fūna mina l-kitābi wayaʿfū ʿan kathīrin qad jāakum mina l-lahi nūrun wakitābun mubīnun
O, mensen van het Boek. Nu is onze Boodschapper tot jullie gekomen: hij heeft jullie veel duidelijk gemaakt van wat jullie van het Boek verborgen. En hij heeft jullie veel kwijtgescholden. Voorwaar, er is van Allah een Licht (de Profeet) en een duidelijk Boek tot jullie gekomen.
yahdī bihi l-lahu mani ittabaʿa riḍ'wānahu subula l-salāmi wayukh'rijuhum mina l-ẓulumāti ilā l-nūri bi-idh'nihi wayahdīhim ilā ṣirāṭin mus'taqīmin
Waarin Allah al" degenen leidt die Zijn genoegen zoeken naar wegen van vrede en Hij brengt hen door Zijn wil uit de duisternissen naar het Licht en leidt hen naar het rechte Pad.
laqad kafara alladhīna qālū inna l-laha huwa l-masīḥu ub'nu maryama qul faman yamliku mina l-lahi shayan in arāda an yuh'lika l-masīḥa ib'na maryama wa-ummahu waman fī l-arḍi jamīʿan walillahi mul'ku l-samāwāti wal-arḍi wamā baynahumā yakhluqu mā yashāu wal-lahu ʿalā kulli shayin qadīrun
Zeker, in ongeloof zijn zij die zeggen dat Allah de Messias is, de zoon van Maryam! Zeg (O Mohammed): “Wie heeft er dan enige macht hebben om Allah, wanneer Hij zou wensen dat de Messias, de zoon van Maryam en zijn moeder en allen die op aarde samen zijn, allen vernietigd zouden worden? En aan Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is. Hij schept wat Hij wil. En Allah is in staat om alles te doen.
waqālati l-yahūdu wal-naṣārā naḥnu abnāu l-lahi wa-aḥibbāuhu qul falima yuʿadhibukum bidhunūbikum bal antum basharun mimman khalaqa yaghfiru liman yashāu wayuʿadhibu man yashāu walillahi mul'ku l-samāwāti wal-arḍi wamā baynahumā wa-ilayhi l-maṣīru
En de Joden en de Christenen zeggen: “Wij zijn de kinderen van Allah en Zijn geliefden.” Zeg (O Mohammed): “Waarom straft Hij jullie dan voor jullie zonden? Nee, jullie zijn niets dan mensen, die Hij geschapen heeft, Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil. En aan Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en alles wat daar tussen is en tot Hem keren (allen) terug.
yāahla l-kitābi qad jāakum rasūlunā yubayyinu lakum ʿalā fatratin mina l-rusuli an taqūlū mā jāanā min bashīrin walā nadhīrin faqad jāakum bashīrun wanadhīrun wal-lahu ʿalā kulli shayin qadīrun
O, mensen van het Boek! Nu is tot jullie Onze Boodschapper gekomen en hij maakt (zaken) duidelijk voor jullie, na een onderbreking in (de opvolging) van Boodschappers, zodat jullie niet zeggen: “Tot ons kwam geen brenger van goed nieuws en geen waarschuwer. Maar nu is tot jullie een Boodschapper van goed nieuws gekomen en een waarschuwer. En Allah is tot alles in staat.
wa-idh qāla mūsā liqawmihi yāqawmi udh'kurū niʿ'mata l-lahi ʿalaykum idh jaʿala fīkum anbiyāa wajaʿalakum mulūkan waātākum mā lam yu'ti aḥadan mina l-ʿālamīna
En (gedenk) dat Mozes tot zijn mensen zei: “O mijn volk! Gedenk de gunsten die Allah jullie heeft gegeven, toen Hij Profeten onder jullie voortbracht en onder jullie koningen aanwees, en Hij jullie gaf, wat Hij niet aan anderen van de wereldwezens heeft gegeven.