De Vergever
غافر
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
hha-meem
Hā Mīm.
tanzīlu l-kitābi mina l-lahi l-ʿazīzi l-ʿalīmi
De openbaring van het Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwetende.
ghāfiri l-dhanbi waqābili l-tawbi shadīdi l-ʿiqābi dhī l-ṭawli lā ilāha illā huwa ilayhi l-maṣīru
De Vergever van de zonden en de Aanvaarder van het berouw, de Strenge in de bestraffing, de Bezitter van grote macht. Geen god is er dan Hij, tot Hem is de uiteindelijke" terugkeer.
mā yujādilu fī āyāti l-lahi illā alladhīna kafarū falā yaghrur'ka taqallubuhum fī l-bilādi
Niemand redetwist over de Verzen van Allah behalve degene die ongelovig zijn. Laat daarom hun rondtrekken in het land jou niet bedriegen.
kadhabat qablahum qawmu nūḥin wal-aḥzābu min baʿdihim wahammat kullu ummatin birasūlihim liyakhudhūhu wajādalū bil-bāṭili liyud'ḥiḍū bihi l-ḥaqa fa-akhadhtuhum fakayfa kāna ʿiqābi
Vόόr hen loochende het volk van Noah (de Boodschappers) en de partners (van de ongelovigen) na hen. Elk volk wenste hun Boodschapper te grijpen. En zij redetwistten met valse argumenten om de Waarheid te verwerpen. Dus greep Ik hen en hoe (vreselijk) was Mijn bestraffing!
wakadhālika ḥaqqat kalimatu rabbika ʿalā alladhīna kafarū annahum aṣḥābu l-nāri
Zo werd het Woord van jullie Heer bewaarheid tegen degenen die ongelovig waren. Voorwaar, zij zijn de bewoners van het Vuur.
alladhīna yaḥmilūna l-ʿarsha waman ḥawlahu yusabbiḥūna biḥamdi rabbihim wayu'minūna bihi wayastaghfirūna lilladhīna āmanū rabbanā wasiʿ'ta kulla shayin raḥmatan waʿil'man fa-igh'fir lilladhīna tābū wa-ittabaʿū sabīlaka waqihim ʿadhāba l-jaḥīmi
Degenen (Engelen) die de Troon dragen en wie zich daar omheen bevinden, verheerlijken hun Heer met de lof die Hem toekomt. En zij geloven in Hem en vragen om vergeving voor degenen die geloven (zeggende): “Onze Heer! Uw Barmhartigheid en Kennis omvat alle zaken, vergeef dus degenen die berouw hebben en Uw weg volgen, en redt hen van de bestraffing van het laaiende Vuur!
rabbanā wa-adkhil'hum jannāti ʿadnin allatī waʿadttahum waman ṣalaḥa min ābāihim wa-azwājihim wadhurriyyātihim innaka anta l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Onze Heer! En laat hen de Eeuwige Tuinen binnentreden, die U hen beloofde, en wie rechtschapenen waren onder hun vaderen, hun echtgenotes en hun nageslacht. Waarlijk, U bent de Almachtige, de Alwijze.
waqihimu l-sayiāti waman taqi l-sayiāti yawma-idhin faqad raḥim'tahu wadhālika huwa l-fawzu l-ʿaẓīmu
En redt hen van de (bestraffing van de) zonden. En ieder die U op die Dag redt; hém heeft U dan waarlijk begenadigd. En dat is een geweldig succes.”
inna alladhīna kafarū yunādawna lamaqtu l-lahi akbaru min maqtikum anfusakum idh tud'ʿawna ilā l-īmāni fatakfurūna
Voorwaar, tot degenen die ongelovig waren zal (op die Dag) geroepen worden:“Allah’s afkeer is groter dan jullie afkeer; toen jullie tot het geloof werden opgeroepen, maar het weigerden.”
qālū rabbanā amattanā ith'natayni wa-aḥyaytanā ith'natayni fa-iʿ'tarafnā bidhunūbinā fahal ilā khurūjin min sabīlin
Zij zullen zeggen: “Onze Heer! U hebt ons tweemaal laten sterven, en U hebt ons tweemaal het leven gegeven! Nu bekennen wij onze zonden, is er dan nog een terugkeer van de weg (de bestraffing)?”
dhālikum bi-annahu idhā duʿiya l-lahu waḥdahu kafartum wa-in yush'rak bihi tu'minū fal-ḥuk'mu lillahi l-ʿaliyi l-kabīri
(Nee) Dit is omdat jullie ongelovig waren toen Allah als Enige God werd aangeroepen. Maar toen er deelgenoten aan Hem werden toegevoegd, geloofden jullie daarin! Dus het oordeel ligt uitsluitend bij Allah, de Allerhoogste, de Allergrootste.
huwa alladhī yurīkum āyātihi wayunazzilu lakum mina l-samāi riz'qan wamā yatadhakkaru illā man yunību
Hij is Degene Die jullie Zijn Tekenen toont en Die voor jullie uit de hemel voorzieningen neerzendt. En niemand herinnert zich dat, behalve degenen die zich in gehoorzaamheid en in berouw (tot Allah) keren.
fa-id'ʿū l-laha mukh'liṣīna lahu l-dīna walaw kariha l-kāfirūna
Roep daarom Allah aan, en laat (jullie) aanbidding volledig voor Hem (alleen) zijn. Hoe sterk de ongelovigen het ook haten.
rafīʿu l-darajāti dhū l-ʿarshi yul'qī l-rūḥa min amrihi ʿalā man yashāu min ʿibādihi liyundhira yawma l-talāqi
Verheven boven alle graden is de Heer van de Troon. Hij stuurt de Openbaring op Zijn bevel aan welke dienaar Hij wil, opdat hij de (mensen) kan waarschuwen voor de Dag van de Ontmoeting.
yawma hum bārizūna lā yakhfā ʿalā l-lahi min'hum shayon limani l-mul'ku l-yawma lillahi l-wāḥidi l-qahāri
Op de Dag wanneer zij tevoorschijn komen, zal niets voor Allah verborgen blijven. Aan Wie behoort het Koninkrijk op deze Dag? Het is van Allah, de Ene, de Overweldiger.
al-yawma tuj'zā kullu nafsin bimā kasabat lā ẓul'ma l-yawma inna l-laha sarīʿu l-ḥisābi
(Op) deze Dag zal iedere ziel vergolden worden voor wat zij heeft verricht. Op die Dag is er geen onrecht. Waarlijk, Allah is snel in de afrekening.
wa-andhir'hum yawma l-āzifati idhi l-qulūbu ladā l-ḥanājiri kāẓimīna mā lilẓẓālimīna min ḥamīmin walā shafīʿin yuṭāʿu
En waarschuw hen (O Mohammed) voor de Dag die nadert, wanneer de harten treurig in de kelen blijven kloppen. Er zal voor de onrechtvaardigen geen vriend of bemiddelaar zijn die wordt gehoord.
yaʿlamu khāinata l-aʿyuni wamā tukh'fī l-ṣudūru
Allah kent het bedrog van de ogen en alles wat de harten bedekken.
wal-lahu yaqḍī bil-ḥaqi wa-alladhīna yadʿūna min dūnihi lā yaqḍūna bishayin inna l-laha huwa l-samīʿu l-baṣīru
En Allah oordeelt in Waarheid, terwijl degenen die zij naast Hem aanroepen nergens over kunnen oordelen. Zeker, Allah is de Alhorende, de Alziende.