Uiteengezet
فصلت
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
hha-meem
Hā Mīm.
tanzīlun mina l-raḥmāni l-raḥīmi
(Dit is) Een openbaring van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
kitābun fuṣṣilat āyātuhu qur'ānan ʿarabiyyan liqawmin yaʿlamūna
Een Boek waarvan de Verzen duidelijk uitgelegd zijn, als een Arabische Koran, voor en volk dat weet.
bashīran wanadhīran fa-aʿraḍa aktharuhum fahum lā yasmaʿūna
Als drager van goede tijdingen en als waarschuwer, maar de meesten van hen keren zich af, dus luisteren zij niet.
waqālū qulūbunā fī akinnatin mimmā tadʿūnā ilayhi wafī ādhāninā waqrun wamin bayninā wabaynika ḥijābun fa-iʿ'mal innanā ʿāmilūna
En zij zeggen: “Onze harten zijn gesluierd voor datgene waarvoor jij (O Mohamed) ons uitnodigt, in onze oren is doofheid en tussen ons en jou is een afscheiding. Werk dus (op jouw manier); waarlijk wij werken (op onze manier).
qul innamā anā basharun mith'lukum yūḥā ilayya annamā ilāhukum ilāhun wāḥidun fa-is'taqīmū ilayhi wa-is'taghfirūhu wawaylun lil'mush'rikīna
Zeg: “Ik ben slechts een mens zoals jullie. Mij is geopenbaard dat jullie God slechts één God is, richt jullie daarom standvastig tot hem, en zoek vergiffenis bij Hem. En wee de afgodenaanbidders.”
alladhīna lā yu'tūna l-zakata wahum bil-ākhirati hum kāfirūna
(Zij zijn ) Degenen die de Zakat niet betalen en die niet in het Hiernamaals geloven.
inna alladhīna āmanū waʿamilū l-ṣāliḥāti lahum ajrun ghayru mamnūnin
Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten, voor hen is er een eindeloze beloning.
qul a-innakum latakfurūna bi-alladhī khalaqa l-arḍa fī yawmayni watajʿalūna lahu andādan dhālika rabbu l-ʿālamīna
Zeg (O Mohammed): “Geloven jullie echt niet in Hem, Die de aarde in twee dagen (perioden) geschapen heeft en kennen jullie Hem rivalen toe? Dat is de Heer der Werelden.”
wajaʿala fīhā rawāsiya min fawqihā wabāraka fīhā waqaddara fīhā aqwātahā fī arbaʿati ayyāmin sawāan lilssāilīna
Hij heeft daarop stevige bergen geplaatst en Hij heeft haar gezegend en Hij bepaalde de maat (van alle voorzieningen) in vier volledige dagen (perioden), voor de vragenden.
thumma is'tawā ilā l-samāi wahiya dukhānun faqāla lahā walil'arḍi i'tiyā ṭawʿan aw karhan qālatā ataynā ṭāiʿīna
Toen rees Hij boven naar de hemel die een nevel was, en Hij zei tot haar en tot de aarde: “Kom tot Ons, vrijwillig of onvrijwillig.” Zij (de hemelen en de aarde) zeiden beiden: “Wij komen vrijwillig.”
faqaḍāhunna sabʿa samāwātin fī yawmayni wa-awḥā fī kulli samāin amrahā wazayyannā l-samāa l-dun'yā bimaṣābīḥa waḥif'ẓan dhālika taqdīru l-ʿazīzi l-ʿalīmi
En Hij vervolmaakte hen, de zeven hemelen, in twee dagen (perioden) en Hij gaf elke hemel haar eigen werk. En Wij versierden de dichtstbijzijnde hemel met sterren, als een bescherming (tegen de Satan). Zo is het Besluit van Hem, de Almachtige, de Alwetende.
fa-in aʿraḍū faqul andhartukum ṣāʿiqatan mith'la ṣāʿiqati ʿādin wathamūda
Maar als zij zich afkeren, zeg dan: “Ik heb jullie voor een bliksemslag gewaarschuwd zoals de bliksemslag die ‘Ad en Thamoed overmande.”
idh jāathumu l-rusulu min bayni aydīhim wamin khalfihim allā taʿbudū illā l-laha qālū law shāa rabbunā la-anzala malāikatan fa-innā bimā ur'sil'tum bihi kāfirūna
Toen de Boodschappers vόόr hen en na hen tot hem kwamen (zeggende): “Aanbidt geen ander dan Allah”, zeiden zij: “Als onze Heer het zo gewild had, zou Hij zeker de Engelen naar beneden gestuurd hebben. Zeker! Wij geloven niet in dat gene waarmee jij gestuurd bent.”
fa-ammā ʿādun fa-is'takbarū fī l-arḍi bighayri l-ḥaqi waqālū man ashaddu minnā quwwatan awalam yaraw anna l-laha alladhī khalaqahum huwa ashaddu min'hum quwwatan wakānū biāyātinā yajḥadūna
Wat de ‘Ad betreft, die waren zonder recht arrogant in hun land en zij zeiden: “Wie is er sterker dan wij?” Zien zij niet dat Allah, Die hen geschapen heeft, sterker is dan zij? En zij ontkenden Onze Tekenen!
fa-arsalnā ʿalayhim rīḥan ṣarṣaran fī ayyāmin naḥisātin linudhīqahum ʿadhāba l-khiz'yi fī l-ḥayati l-dun'yā walaʿadhābu l-ākhirati akhzā wahum lā yunṣarūna
Dus stuurden Wij een woeste wind over hen tijdens enkele sombere dagen, zodat Wij hen een voorproef van een vernederende bestraffing in het huidige leven zouden geven, maar zeker, de bestraffing in het Hiernamaals zal nog vernederender zijn, en zij worden niet geholpen.
wa-ammā thamūdu fahadaynāhum fa-is'taḥabbū l-ʿamā ʿalā l-hudā fa-akhadhathum ṣāʿiqatu l-ʿadhābi l-hūni bimā kānū yaksibūna
Wat de Thamoed betreft, Wij hebben hen het pad van de Waarheid getoond, maar in plaats van Leiding gaven zij de voorkeur aan blindheid, waarop de bliksemslag van de vernederende bestraffing hen trof, vanwege hun eigen verdiensten.
wanajjaynā alladhīna āmanū wakānū yattaqūna
En Wij redden de gelovigen, en de godvrezenden.
wayawma yuḥ'sharu aʿdāu l-lahi ilā l-nāri fahum yūzaʿūna
En die Dag zullen de vijanden van Allah bij het Vuur verzameld worden, dan zullen zij (daarheen) gesleept worden.
ḥattā idhā mā jāūhā shahida ʿalayhim samʿuhum wa-abṣāruhum wajulūduhum bimā kānū yaʿmalūna
Tot, wanneer zij haar (de Hel) bereiken, hun oren en hun ogen en hun huiden vanwege hun verdiensten tegen hen zullen getuigen.