Het Overleg
الشورى
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
hha-meem
Hā Mīm.
ain-seen-qaf
Aīn Sīn Qāf.
kadhālika yūḥī ilayka wa-ilā alladhīna min qablika l-lahu l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Zo heeft Allah de Almachtige, de Alwijze aan jou en aan degenen die vόόr jou waren geopenbaard.
lahu mā fī l-samāwāti wamā fī l-arḍi wahuwa l-ʿaliyu l-ʿaẓīmu
Tot Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is, en Hij is de Verhevene, de Allergrootste.
takādu l-samāwātu yatafaṭṭarna min fawqihinna wal-malāikatu yusabbiḥūna biḥamdi rabbihim wayastaghfirūna liman fī l-arḍi alā inna l-laha huwa l-ghafūru l-raḥīmu
Bijna splijten de hemelen in tweeën boven hen, en de Engelen verheerlijken de lofprijzing van hun Heer, en vragen om vergiffenis voor degenen die op aarde zijn, waarlijk, Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle.
wa-alladhīna ittakhadhū min dūnihi awliyāa l-lahu ḥafīẓun ʿalayhim wamā anta ʿalayhim biwakīlin
En degenen die naast Hem beschermers nemen: Allah is Beschermer over hen en jij bent geen voogd voor hen.
wakadhālika awḥaynā ilayka qur'ānan ʿarabiyyan litundhira umma l-qurā waman ḥawlahā watundhira yawma l-jamʿi lā rayba fīhi farīqun fī l-janati wafarīqun fī l-saʿīri
En zό hebben Wij jou een Koran (in het Arabisch) geopenbaard, opdat jij de moeder der steden (Mekka) en degenen die in de omgeving ervan wonen te waarschuwen. En waarschuw voor de Dag der verzameling, waarover geen twijfel is, wanneer een deel naar het Paradijs zal gaan en een deel naar het laaiende vuur (de Hel).
walaw shāa l-lahu lajaʿalahum ummatan wāḥidatan walākin yud'khilu man yashāu fī raḥmatihi wal-ẓālimūna mā lahum min waliyyin walā naṣīrin
En als Allah het gewild had, had Hij hen tot één volk kunnen maken, maar Hij kent aan wie Hij wil Zijn genade toe. En voor de onrechtvaardigen is er geen beschermer en geen helper.
ami ittakhadhū min dūnihi awliyāa fal-lahu huwa l-waliyu wahuwa yuḥ'yī l-mawtā wahuwa ʿalā kulli shayin qadīrun
Hebben zij naast Hem beschermers aangenomen? En Allah is de Beschermer. En Hij doet het dode leven en Hij is tot alles in staat.
wamā ikh'talaftum fīhi min shayin faḥuk'muhu ilā l-lahi dhālikumu l-lahu rabbī ʿalayhi tawakkaltu wa-ilayhi unību
En in de zaken waarin jullie van mening verschillen, daarvan ligt de besluitvorming bij Allah. (Zeg:) “Dat is Allah, mijn Heer in Wie ik mijn vertrouwen leg en tot Hem keer ik weer.”
fāṭiru l-samāwāti wal-arḍi jaʿala lakum min anfusikum azwājan wamina l-anʿāmi azwājan yadhra-ukum fīhi laysa kamith'lihi shayon wahuwa l-samīʿu l-baṣīru
De Schepper van de hemelen en de aarde. Hij heeft voor julliezelf en van de dieren paren geschapen. Hij vermenigvuldigt jullie, niets is aan Hem gelijk. En Hij is de Alhorende, de Alziende.
lahu maqālīdu l-samāwāti wal-arḍi yabsuṭu l-riz'qa liman yashāu wayaqdiru innahu bikulli shayin ʿalīmun
Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde. Hij vergroot de voorziening voor wie Hij wil en Hij beperkt het. Waarlijk! Hij is de Alwetende van alles.
sharaʿa lakum mina l-dīni mā waṣṣā bihi nūḥan wa-alladhī awḥaynā ilayka wamā waṣṣaynā bihi ib'rāhīma wamūsā waʿīsā an aqīmū l-dīna walā tatafarraqū fīhi kabura ʿalā l-mush'rikīna mā tadʿūhum ilayhi l-lahu yajtabī ilayhi man yashāu wayahdī ilayhi man yunību
Hij heeft jullie een (wetgevende) godsdienst" uitgelegd zoals Hij het (allereerst aan) Noeh heeft opgedragen, en net zoals Wij die aan jou (Mohammed) geopenbaard hebben. Evenzo hebben Wij dit aan Ibrahim, Mozes en ‘Iesa opgelegd; dat jullie de godsdienst onderhouden en dat jullie daarover niet verdeeld raken. Het is een zware zaak voor de afgodenaanbidders, waartoe jullie hen oproepen. Allah kiest voor Zich wie Hij wil en Hij leidt naar Zich wie zich tot Hem in berouw en gehoorzaamheid keert.
wamā tafarraqū illā min baʿdi mā jāahumu l-ʿil'mu baghyan baynahum walawlā kalimatun sabaqat min rabbika ilā ajalin musamman laquḍiya baynahum wa-inna alladhīna ūrithū l-kitāba min baʿdihim lafī shakkin min'hu murībin
En zij raakten pas verdeeld toen de kennis tot hen kwam, elkaar onrecht aandoend. En was het niet voor het Woord (bevel) geweest, dat van jullie Heer al eerder voort is gekomen voor een vastgestelde termijn, dan zou de zaak tussen hen beslecht zijn. En waarlijk, degenen die het Boek na hen erfden (de Joden en de Christenen) verkeren hierover in grote twijfel.
falidhālika fa-ud'ʿu wa-is'taqim kamā umir'ta walā tattabiʿ ahwāahum waqul āmantu bimā anzala l-lahu min kitābin wa-umir'tu li-aʿdila baynakumu l-lahu rabbunā warabbukum lanā aʿmālunā walakum aʿmālukum lā ḥujjata baynanā wabaynakumu l-lahu yajmaʿu baynanā wa-ilayhi l-maṣīru
Roep daarom (op tot de islam) en wees standvastig, zoals jou bevolen is, en volg hun wensen niet maar zeg: “Ik geloof in wat Allah van het Boek heeft neergezonden en mij is bevolen om rechtvaardig onder jullie te zijn. Allah is onze Heer en jullie Heer. Voor ons zijn onze daden en voor jullie zijn jullie daden. Er is geen reden tot twist tussen jullie en ons. Allah zal ons (allen) verzamelen en tot Hem is de uiteindelijke terugkeer.”
wa-alladhīna yuḥājjūna fī l-lahi min baʿdi mā us'tujība lahu ḥujjatuhum dāḥiḍatun ʿinda rabbihim waʿalayhim ghaḍabun walahum ʿadhābun shadīdun
En degenen die redetwisten over Allah nadat het (de godsdienst van Allah) aanvaard is, hun verweer is nietig bij hun Heer. En op rust toorn en voor hen is er een zware bestraffing.
al-lahu alladhī anzala l-kitāba bil-ḥaqi wal-mīzāna wamā yud'rīka laʿalla l-sāʿata qarībun
Het is Allah Die het Boek in Waarheid en met de weegschaal heeft neergezonden. En wat laat jou weten dat wellicht het Uur nabij is?
yastaʿjilu bihā alladhīna lā yu'minūna bihā wa-alladhīna āmanū mush'fiqūna min'hā wayaʿlamūna annahā l-ḥaqu alā inna alladhīna yumārūna fī l-sāʿati lafī ḍalālin baʿīdin
Degenen die daar niet in geloven proberen het (Uur) te bespoedigen, terwijl degenen die geloven het vrezen en weten dat het de hele Waarheid is. Waarlijk, degenen die over het Uur redetwisten verkeren zeker in een vergaande dwaling.
al-lahu laṭīfun biʿibādihi yarzuqu man yashāu wahuwa l-qawiyu l-ʿazīzu
Allah (blijft) zeer vrijgevend en vriendelijk voor Zijn dienaren (of zij nu vroom of losbandig zijn). Hij voorziet wie Hij wil. En Hij is de Sterke, de Almachtige.
man kāna yurīdu ḥartha l-ākhirati nazid lahu fī ḥarthihi waman kāna yurīdu ḥartha l-dun'yā nu'tihi min'hā wamā lahu fī l-ākhirati min naṣībin
Wie de beloning van het Hiernamaals wenst, geven Wij een toename in zijn beloning; en wie de beloning van deze wereld wenst, aan hem geven Wij daarvan, maar hij heeft geen aandeel in het Hiernamaals.