De Gouden Sieraden
الزخرف
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
hha-meem
Hā Mīm.
wal-kitābi l-mubīni
Bij het duidelijke Boek.
innā jaʿalnāhu qur'ānan ʿarabiyyan laʿallakum taʿqilūna
Voorwaar, Wij hebben hem als een Arabische Koran gemaakt. Hopelijk zullen jullie begrijpen.
wa-innahu fī ummi l-kitābi ladaynā laʿaliyyun ḥakīmun
En waarlijk, hij is bij Ons (vastgelegd) in de Moeder van het Boek, verheven, vol wijsheid.
afanaḍribu ʿankumu l-dhik'ra ṣafḥan an kuntum qawman mus'rifīna
Zullen Wij dan de Overdenking wegnemen van jullie, Ons afwendend, omdat jullie een buitensporig volk zijn?
wakam arsalnā min nabiyyin fī l-awalīna
En hoeveel Profeten hebben Wij niet gestuurd onder de vroegeren?
wamā yatīhim min nabiyyin illā kānū bihi yastahziūna
En er kwam geen Profeet tot hen, of zij dreven de spot met hem.
fa-ahlaknā ashadda min'hum baṭshan wamaḍā mathalu l-awalīna
Daarom vernietigden Wij de sterksten onder hen. En de voorbeelden van de vroegeren zijn hen voorafgegaan.
wala-in sa-altahum man khalaqa l-samāwāti wal-arḍa layaqūlunna khalaqahunna l-ʿazīzu l-ʿalīmu
En als jij hen vraagt: “Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?” Zullen zij zeker zeggen: “De Almachtige, de Alwetende heeft hen geschapen.”
alladhī jaʿala lakumu l-arḍa mahdan wajaʿala lakum fīhā subulan laʿallakum tahtadūna
Degene Die de aarde voor jullie als wieg heeft gemaakt, en voor jullie daarop wegen heeft aangelegd. Hopelijk zullen jullie Leiding volgen.
wa-alladhī nazzala mina l-samāi māan biqadarin fa-ansharnā bihi baldatan maytan kadhālika tukh'rajūna
En Degene Die uit de hemel water heeft doen neerdalen, in een afgepaste maat. Dan doen Wij daarmee het dode land leven. Op die manier zullen jullie opgewekt worden.
wa-alladhī khalaqa l-azwāja kullahā wajaʿala lakum mina l-ful'ki wal-anʿāmi mā tarkabūna
En Degene Die alles in paren geschapen heeft en jullie schepen heeft gegeven en vee aangewezen heeft om op te rijden.
litastawū ʿalā ẓuhūrihi thumma tadhkurū niʿ'mata rabbikum idhā is'tawaytum ʿalayhi wataqūlū sub'ḥāna alladhī sakhara lanā hādhā wamā kunnā lahu muq'rinīna
Zodat jullie stevig op hun ruggen kunnen zitten en dan de gunst van jullie Heer kunnen gedenken. Wanneer jullie daarop zitten en zeggen: “Verheerlijkt is Hij die dit voor ons dienstbaar heeft gemaakt, want wij konden dit zelf niet onderwerpen.”
wa-innā ilā rabbinā lamunqalibūna
En waarlijk, tot Onze Heer zullen wij zeker terugkeren!
wajaʿalū lahu min ʿibādihi juz'an inna l-insāna lakafūrun mubīnun
En sommigen maken van Zijn dienaren gelijken aan Allah. Waarlijk, de mens is zeker duidelijk ondankbaar!
ami ittakhadha mimmā yakhluqu banātin wa-aṣfākum bil-banīna
Of heeft Hij zich van wat Hij geschapen heeft dochters genomen en voor jullie zonen verkozen?
wa-idhā bushira aḥaduhum bimā ḍaraba lilrraḥmāni mathalan ẓalla wajhuhu mus'waddan wahuwa kaẓīmun
En als één van hen het verheugende nieuws hoort over wat zij de Barmhartige toeschrijven (een dochter), wordt zijn gezicht somber en hij is vervuld met droefheid!
awaman yunasha-u fī l-ḥil'yati wahuwa fī l-khiṣāmi ghayru mubīnin
En is hij die temidden van sieraden is grootgebracht en die in het debat geen duidelijk argument kan aanvoeren (een kind van Allah)?
wajaʿalū l-malāikata alladhīna hum ʿibādu l-raḥmāni ināthan ashahidū khalqahum satuk'tabu shahādatuhum wayus'alūna
En zij maken de Engelen die de dienaren van de Barmhartige zijn, tot vrouwen. Waren zij getuigen van hun schepping? Hun getuigenissen zullen genoteerd worden en zij zullen ondervraagd worden!
waqālū law shāa l-raḥmānu mā ʿabadnāhum mā lahum bidhālika min ʿil'min in hum illā yakhruṣūna
En zij zeiden: “Als de Barmhartige het had gewild, dan zouden wij hen niet aanbeden hebben. Zij hebben geen kennis daarover. Zij doen niets anders dan liegen!