De Vertrekken
الحجرات
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tuqaddimū bayna yadayi l-lahi warasūlihi wa-ittaqū l-laha inna l-laha samīʿun ʿalīmun
O, jullie die geloven! Plaats julliezelf niet vόόr Allah en Zijn boodschapper, maar vrees Allah. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alwetend.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tarfaʿū aṣwātakum fawqa ṣawti l-nabiyi walā tajharū lahu bil-qawli kajahri baʿḍikum libaʿḍin an taḥbaṭa aʿmālukum wa-antum lā tashʿurūna
O, jullie die geloven! Verhef jullie stem niet boven de stem van de Profeet noch spreek luid tegen hem, zoals sommigen van jullie luid tegen elkaar spreken, opdat jullie daden niet vruchteloos worden terwijl jullie dat niet beseffen.
inna alladhīna yaghuḍḍūna aṣwātahum ʿinda rasūli l-lahi ulāika alladhīna im'taḥana l-lahu qulūbahum lilttaqwā lahum maghfiratun wa-ajrun ʿaẓīmun
Waarlijk! Degenen die hun stem temperen in de aanwezigheid van Allah’s Boodschapper: zij zijn degenen wier harten Allah op vroomheid heeft beproeft. Voor hen is er vergiffenis en een grote beloning.
inna alladhīna yunādūnaka min warāi l-ḥujurāti aktharuhum lā yaʿqilūna
Waarlijk! Degenen die naar jou (O Mohammed) roepen van buiten de kamers: de meesten" van hen begrijpen (de onbeleefdheid) niet.
walaw annahum ṣabarū ḥattā takhruja ilayhim lakāna khayran lahum wal-lahu ghafūrun raḥīmun
En als zij geduld hadden tot jij buiten kwam om hen te ontmoeten, dan zou dat beter voor hen zijn. En Allah is de Vergevingsgezinde, de Barmhartige.
yāayyuhā alladhīna āmanū in jāakum fāsiqun binaba-in fatabayyanū an tuṣībū qawman bijahālatin fatuṣ'biḥū ʿalā mā faʿaltum nādimīna
O, jullie die geloven! Als een slecht persoon tot jullie komt met nieuws, onderzoek het dan nauwkeurig, opdat jullie geen mensen in onwetendheid kwaad doen, waarna jullie spijt zouden krijgen van wat jullie deden.
wa-iʿ'lamū anna fīkum rasūla l-lahi law yuṭīʿukum fī kathīrin mina l-amri laʿanittum walākinna l-laha ḥabbaba ilaykumu l-īmāna wazayyanahu fī qulūbikum wakarraha ilaykumu l-kuf'ra wal-fusūqa wal-ʿiṣ'yāna ulāika humu l-rāshidūna
En weet dat onder jullie zich de Boodschapper van Allah bevindt. Als hij jullie (adviezen) zou volgen in vele aangelegenheden, dan zouden jullie zeker in moeilijkheden verkeren. Maar Allah heeft het geloof voor jullie geliefd gemaakt en het in jullie harten mooi gemaakt en Hij heeft jullie een afkeer doen hebben van het ongeloof, zware zonden en opstandigheid. Zij zijn de rechtgeleiden.
faḍlan mina l-lahi waniʿ'matan wal-lahu ʿalīmun ḥakīmun
Als een genade van Allah en een genieting. En Allah is Alwetend, Alwijs.
wa-in ṭāifatāni mina l-mu'minīna iq'tatalū fa-aṣliḥū baynahumā fa-in baghat iḥ'dāhumā ʿalā l-ukh'rā faqātilū allatī tabghī ḥattā tafīa ilā amri l-lahi fa-in fāat fa-aṣliḥū baynahumā bil-ʿadli wa-aqsiṭū inna l-laha yuḥibbu l-muq'siṭīna
En als twee partijen of groepen onder de gelovigen tegen elkaar vechten, sticht dan vrede tussen hen, maar als één van de twee opstandig is tegen de ander, bevecht dan degene die opstandig is tot hij terugkeert naar het bevel van Allah. En als hij zich voegt, sluit dan een rechtvaardige vrede en wees onpartijdig. Waarlijk! Allah heeft de rechtvaardigen lief.
innamā l-mu'minūna ikh'watun fa-aṣliḥū bayna akhawaykum wa-ittaqū l-laha laʿallakum tur'ḥamūna
De gelovigen zijn niet anders dan broeders. Verzoen je dus met jullie broeders, en vrees Allah, zodat jullie genade kunnen ontvangen.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā yaskhar qawmun min qawmin ʿasā an yakūnū khayran min'hum walā nisāon min nisāin ʿasā an yakunna khayran min'hunna walā talmizū anfusakum walā tanābazū bil-alqābi bi'sa l-s'mu l-fusūqu baʿda l-īmāni waman lam yatub fa-ulāika humu l-ẓālimūna
O, jullie die geloven! Laat een volk geen ander volk beledigen, het kan zijn dat de laatste (die beledigd word) beter is dan de eerste; en laat vrouwen geen andere vrouwen bespotten, het kan zijn dat de laatsten beter zijn dan de eersten, breng elkaar niet tot schande, noch beledig elkaar door het geven van bijnamen. Hoe slecht is het om elkaars broeder te "beledigen nadat hij tot het geloof is gekomen. En wie geen berouw toont: zij zijn de onrechtplegers.
yāayyuhā alladhīna āmanū ij'tanibū kathīran mina l-ẓani inna baʿḍa l-ẓani ith'mun walā tajassasū walā yaghtab baʿḍukum baʿḍan ayuḥibbu aḥadukum an yakula laḥma akhīhi maytan fakarih'tumūhu wa-ittaqū l-laha inna l-laha tawwābun raḥīmun
O, jullie die geloven! Vermijdt achterdocht. Waarlijk, een deel van de kwade vermoedens zijn zonden. En bespioneer elkaar niet, noch roddel over elkaar in elkaars afwezigheid. Zouden jullie het vlees van jullie dode broeder willen eten? Jullie zullen dat zeker verafschuwen. En vrees Allah. Waarlijk, Allah is Berouwaanvaardend, Barmhartig.
yāayyuhā l-nāsu innā khalaqnākum min dhakarin wa-unthā wajaʿalnākum shuʿūban waqabāila litaʿārafū inna akramakum ʿinda l-lahi atqākum inna l-laha ʿalīmun khabīrun
O mensheid! Wij hebben jullie uit een man en een vrouw voortgebracht (Adam en Eva) en jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen. Waarlijk, de meest eerbare onder jullie in het aangezicht van Allah is de (gelovige) die Hem het meest vreest. Waarlijk, Allah is Alwetend, Welbewust.
qālati l-aʿrābu āmannā qul lam tu'minū walākin qūlū aslamnā walammā yadkhuli l-īmānu fī qulūbikum wa-in tuṭīʿū l-laha warasūlahu lā yalit'kum min aʿmālikum shayan inna l-laha ghafūrun raḥīmun
De bewoners van de woestijn (van Bani Asad) zeiden: “Wij geloven.” Zeg (tegen hen O Mohammed): “Jullie geloven (nog) niet maar zeg liever: ‘Wij hebben ons onderworpen,’ want het geloof heeft jullie harten nog niet bereikt. Maar als jullie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzamen, dan vermindert Hij niets (van de beloning) van jullie daden. Waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, (voor de berouwvollen), Barmhartig (tegenover de gelovigen).
innamā l-mu'minūna alladhīna āmanū bil-lahi warasūlihi thumma lam yartābū wajāhadū bi-amwālihim wa-anfusihim fī sabīli l-lahi ulāika humu l-ṣādiqūna
De (ware) gelovigen zijn degenen die (oprecht en vol overtuiging) geloven in Allah (als hun Heer), en in (Mohammed als Zijn profeet en) Boodschapper (door gehoorzaamheid te betonen) en daarna (aan dit geloof) niet twijfelen, maar zich met hun welvaart en hun levens voor de Zaak van Allah inspannen. Zij zijn de waarachtigen (die de titel ‘moe- minoen’ – ‘gelovigen’ toekomt).
qul atuʿallimūna l-laha bidīnikum wal-lahu yaʿlamu mā fī l-samāwāti wamā fī l-arḍi wal-lahu bikulli shayin ʿalīmun
Zeg: “Zullen jullie Allah vertellen over jullie godsdienst?” Terwijl Allah alles kent wat in de hemelen en wat op aarde is. En Allah is zich over alles welbewust.
yamunnūna ʿalayka an aslamū qul lā tamunnū ʿalayya is'lāmakum bali l-lahu yamunnu ʿalaykum an hadākum lil'īmāni in kuntum ṣādiqīna
Zij zien het als gunst aan jou dat zij moslim zijn geworden. Zeg: “Zie jullie toetreden tot de islam niet als gunst aan mij. Juist Allah heeft jullie een gunst geschonken, doordat Hij jullie naar het geloof heeft geleid, als jullie waarachtig zijn.”
inna l-laha yaʿlamu ghayba l-samāwāti wal-arḍi wal-lahu baṣīrun bimā taʿmalūna
Waarlijk, Allah kent het onzichtbare van de hemelen en de aarde. En Allah is Alziend over wat jullie doen.