Het Vee
الأنعام
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
al-ḥamdu lillahi alladhī khalaqa l-samāwāti wal-arḍa wajaʿala l-ẓulumāti wal-nūra thumma alladhīna kafarū birabbihim yaʿdilūna
Alle lofprijzing en dank is aan Allah, Die de hemelen en de aarde heeft geschapen, en de duisternis en het licht heeft voortgebracht. Maar degenen die ongelovig zijn, stellen anderen gelijk aan hun Heer.
huwa alladhī khalaqakum min ṭīnin thumma qaḍā ajalan wa-ajalun musamman ʿindahu thumma antum tamtarūna
Hij is Degene Die jullie uit klei heeft geschapen en vervolgens een bepaalde tijd (voor de doden) heeft vastgesteld. En een bepaalde tijd is er bij Hem (voor de opwekking). Toch twijfelen jullie.
wahuwa l-lahu fī l-samāwāti wafī l-arḍi yaʿlamu sirrakum wajahrakum wayaʿlamu mā taksibūna
En Hij is Allah in de hemelen en op aarde. Hij weet wat jullie verbergen en wat jullie openbaar maken en Hij weet wat jullie verdienen (goed of slecht).
wamā tatīhim min āyatin min āyāti rabbihim illā kānū ʿanhā muʿ'riḍīna
En nooit is een Teken tot hen gekomen van de Tekenen van hun Heer, of zij hebben zich daarvan afgewend.
faqad kadhabū bil-ḥaqi lammā jāahum fasawfa yatīhim anbāu mā kānū bihi yastahziūna
Voorwaar, zij hebben de Waarheid verworpen toen het tot hen kwam, maar zij zullen de werkelijkheid, die zij bespotten, leren kennen.
alam yaraw kam ahlaknā min qablihim min qarnin makkannāhum fī l-arḍi mā lam numakkin lakum wa-arsalnā l-samāa ʿalayhim mid'rāran wajaʿalnā l-anhāra tajrī min taḥtihim fa-ahlaknāhum bidhunūbihim wa-anshanā min baʿdihim qarnan ākharīna
Hebben zij niet gezien hoeveel generaties vόόr hen Wij vernietigd hebben, gemeenschappen die Wij op aarde macht gegeven hadden, macht die Wij jullie niet gegeven hebben. En voor wie Wij uit de hemel regen uitgegoten hebben en die Wij rivieren die onder hen door stroomden brachten. Toch hebben Wij hen voor hun zonden vernietigd en deden hen na andere generaties opstaan.
walaw nazzalnā ʿalayka kitāban fī qir'ṭāsin falamasūhu bi-aydīhim laqāla alladhīna kafarū in hādhā illā siḥ'run mubīnun
En zelfs als Wij tot jou (O Mohammed) een Boodschap, geschreven op papier hadden gestuurd, zodat zij het met hun handen konden aanraken, zouden de ongelovigen gezegd hebben: “Dit is niets anders dan duidelijke toverij.”
waqālū lawlā unzila ʿalayhi malakun walaw anzalnā malakan laquḍiya l-amru thumma lā yunẓarūna
En zij zeggen: “Waarom is er geen Engel tot hem naar beneden gestuurd? Als Wij een Engel naar beneden hadden gestuurd, dan zou de zaak meteen beklonken zijn en zou hen geen uitstel gegund zijn.
walaw jaʿalnāhu malakan lajaʿalnāhu rajulan walalabasnā ʿalayhim mā yalbisūna
En als Wij een Engel aan hem hadden toegewezen, dan zouden Wij hem zeker tot een man gemaakt hebben, en Wij zouden zeker verwarring gesticht hebben over een zaak die al verwarrend genoeg is.
walaqadi us'tuh'zi-a birusulin min qablika faḥāqa bi-alladhīna sakhirū min'hum mā kānū bihi yastahziūna
En voorwaar, vόόr jou zijn er veel Boodschappers bespot, maar hun spotters waren omringd met alles waarover zij spotten.
qul sīrū fī l-arḍi thumma unẓurū kayfa kāna ʿāqibatu l-mukadhibīna
Zeg: “Reis over land en zie wat het einde is van degenen die de Waarheid verwierpen.”
qul liman mā fī l-samāwāti wal-arḍi qul lillahi kataba ʿalā nafsihi l-raḥmata layajmaʿannakum ilā yawmi l-qiyāmati lā rayba fīhi alladhīna khasirū anfusahum fahum lā yu'minūna
Zeg: “Aan wie behoort dat alles wat in de hemelen en op aarde is?” Zeg: “Aan Allah. Hij heeft Zichzelf de Genade voorgeschreven. Voorwaar, Hij zal jullie op de dag der opstanding, waarover geen twijfel bestaat, verzamelen. Degenen die zichzelf vernietigen, zullen niet geloven.
walahu mā sakana fī al-layli wal-nahāri wahuwa l-samīʿu l-ʿalīmu
En aan Hem behoort alles wat er in de nacht en in de dag bestaat, en Hij is de Alhorende, Alwetende.
qul aghayra l-lahi attakhidhu waliyyan fāṭiri l-samāwāti wal-arḍi wahuwa yuṭ'ʿimu walā yuṭ'ʿamu qul innī umir'tu an akūna awwala man aslama walā takūnanna mina l-mush'rikīna
Zeg (O Mohammed): “Zal ik als beschermer een ander dan Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde nemen? En Hij is het Die voedt maar niet gevoed wordt.” Zeg: “Waarlijk, het is mij bevolen de eerste te zijn die zich onderwerpt.” (aan Allah) En jij, wees niet degene behorend tot de afgodenaanbidders.
qul innī akhāfu in ʿaṣaytu rabbī ʿadhāba yawmin ʿaẓīmin
Zeg: “Ik vrees, als ik mijn Heer ongehoorzaam ben, de bestraffing op de Machtige Dag.”
man yuṣ'raf ʿanhu yawma-idhin faqad raḥimahu wadhālika l-fawzu l-mubīnu
Van wie op die Dag zo’n bestraffing is afgewend, (daarvoor zal Allah) zeker genade hebben. En dat is een duidelijk succes.
wa-in yamsaska l-lahu biḍurrin falā kāshifa lahu illā huwa wa-in yamsaska bikhayrin fahuwa ʿalā kulli shayin qadīrun
Indien Allah jou met een kwetsuur treft, dan kan niemand het verwijderen behalve Hij, en indien Hij jou met iets goeds treft: Hij is in staat om alles te doen.
wahuwa l-qāhiru fawqa ʿibādihi wahuwa l-ḥakīmu l-khabīru
En Hij is de Oppermachtige over Zijn dienaren, en Hij is de Alwijze de Alwetende.
qul ayyu shayin akbaru shahādatan quli l-lahu shahīdun baynī wabaynakum waūḥiya ilayya hādhā l-qur'ānu li-undhirakum bihi waman balagha a-innakum latashhadūna anna maʿa l-lahi ālihatan ukh'rā qul lā ashhadu qul innamā huwa ilāhun wāḥidun wa-innanī barīon mimmā tush'rikūna
Zeg: ”Wat is de grootste zaak in de getuigenis?” Zeg: “Allah is getuige tussen jullie en mij; deze Koran is aan mij geopenbaard, dat ik jullie en wie hij bereikt daarmee kan waarschuwen. Kunnen jullie echt getuigen dat er naast Allah nog anderen goden zijn? Zeg: “Nee (dat) getuig ik niet.” Zeg: “Voorwaar, Hij is de enige God. En waarlijk, ik ben onschuldig aan datgene wat jullie als deelgenoten in aanbidding aan Allah toekennen.
alladhīna ātaynāhumu l-kitāba yaʿrifūnahu kamā yaʿrifūna abnāahumu alladhīna khasirū anfusahum fahum lā yu'minūna
Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven erkennen hem als een Boodschapper van Allah, zoals zij hun eigen zonen erkennen. Degenen die zichzelf vernietigen geloven niet.