De Twistende Vrouw
المجادلة
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
qad samiʿa l-lahu qawla allatī tujādiluka fī zawjihā watashtakī ilā l-lahi wal-lahu yasmaʿu taḥāwurakumā inna l-laha samīʿun baṣīrun
Zeker, Allah heeft haar uitspraak gehoord, die redetwist met jou over haar echtgenoot en tot Allah klaagt. En Allah hoort jullie beide argumenten. Waarlijk, Allah is Alhorend, Alziend.
alladhīna yuẓāhirūna minkum min nisāihim mā hunna ummahātihim in ummahātuhum illā allāī waladnahum wa-innahum layaqūlūna munkaran mina l-qawli wazūran wa-inna l-laha laʿafuwwun ghafūrun
Degenen" onder jullie die hun echtgenotes onwettig maken door tegen hen te zeggen: “Jullie zijn als de rug van mijn moeder,” deze zijn hun moeders niet, hun moeders zijn slechts degenen die hun gebaard hebben. En waarlijk, zij uiten een slecht woord en een leugen. En waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
wa-alladhīna yuẓāhirūna min nisāihim thumma yaʿūdūna limā qālū fataḥrīru raqabatin min qabli an yatamāssā dhālikum tūʿaẓūna bihi wal-lahu bimā taʿmalūna khabīrun
En degenen die hen (hun echtgenotes) onwettig hebben gemaakt en zich van hun uitspraken wensen te bevrijden: (de straf) in dat geval (is) het vrijlaten van een slaaf voordat zij elkaar aanraken. Dat is een vermaning voor jullie. En Allah is Zich welbewust van wat jullie doen.
faman lam yajid faṣiyāmu shahrayni mutatābiʿayni min qabli an yatamāssā faman lam yastaṭiʿ fa-iṭ'ʿāmu sittīna mis'kīnan dhālika litu'minū bil-lahi warasūlihi watil'ka ḥudūdu l-lahi walil'kāfirīna ʿadhābun alīmun
En wie daartoe geen mogelijkheid vindt (het geld voor de bevrijding van een slaaf) moet twee opeenvolgende maanden vasten, voordat zij elkaar beiden aanraken. En degene die hiertoe niet in staat is, moet zestig armen voeden. Zodat jullie een volmaakt geloof in Allah en Zijn Boodschapper mogen hebben. Dit zijn de grenzen die door Allah zijn gesteld. En voor de ongelovigen is er een pijnlijke bestraffing.
inna alladhīna yuḥāddūna l-laha warasūlahu kubitū kamā kubita alladhīna min qablihim waqad anzalnā āyātin bayyinātin walil'kāfirīna ʿadhābun muhīnun
Waarlijk, degenen die zich tegen Allah en Zijn Boodschapper verzetten, zullen vernederd worden, zoals degenen vóór hen vernederd werden. En Wij hebben duidelijke Tekenen neergezonden. En voor de ongelovigen is er een vernederende bestraffing.
yawma yabʿathuhumu l-lahu jamīʿan fayunabbi-uhum bimā ʿamilū aḥṣāhu l-lahu wanasūhu wal-lahu ʿalā kulli shayin shahīdun
(Gedenk) de Dag dat Allah hen allen zal laten herrijzen en hen zal vertellen wat zij gedaan hebben. Allah zal het nauwkeurig opsommen, terwijl zij het vergeten zijn. En Allah is getuige van alle zaken.
alam tara anna l-laha yaʿlamu mā fī l-samāwāti wamā fī l-arḍi mā yakūnu min najwā thalāthatin illā huwa rābiʿuhum walā khamsatin illā huwa sādisuhum walā adnā min dhālika walā akthara illā huwa maʿahum ayna mā kānū thumma yunabbi-uhum bimā ʿamilū yawma l-qiyāmati inna l-laha bikulli shayin ʿalīmun
Hebben jullie niet gezien dat Allah alles weet wat in de hemelen is en alles wat op aarde is? Er is geen geheime beraadslaging tussen drie mensen of Hij is hun vierde, en niet tussen vijf of Hij is hun zesde en niet minder of meer dan dat, of Hij is bij hen waar zij ook mogen zijn. En Hij zal hun op de Dag der Opstanding vertellen wat zij gedaan hebben. Waarlijk, Allah is Alwetend van alle zaken.
alam tara ilā alladhīna nuhū ʿani l-najwā thumma yaʿūdūna limā nuhū ʿanhu wayatanājawna bil-ith'mi wal-ʿud'wāni wamaʿṣiyati l-rasūli wa-idhā jāūka ḥayyawka bimā lam yuḥayyika bihi l-lahu wayaqūlūna fī anfusihim lawlā yuʿadhibunā l-lahu bimā naqūlu ḥasbuhum jahannamu yaṣlawnahā fabi'sa l-maṣīru
Hebben jullie niet degenen gezien voor wie het verboden was om geheime beraadslagingen te houden en daarna terugkeerden naar datgene wat hen verboden was? En zij voerden geheime gesprekken omwille van zonden, vijandigheid en opstand tegen de Boodschapper. En wanneer zij tot jou kwamen begroeten zij jou niet de woorden waarmee Allah jou begroet, en zij zeggen onder elkaar: “Waarom heeft Allah ons niet bestraft voor wat wij zeiden?” De Hel zal voor hen voldoende zijn, zij zullen daarin branden. En dat is de slechtste plaats van terugkeer.
yāayyuhā alladhīna āmanū idhā tanājaytum falā tatanājaw bil-ith'mi wal-ʿud'wāni wamaʿṣiyati l-rasūli watanājaw bil-biri wal-taqwā wa-ittaqū l-laha alladhī ilayhi tuḥ'sharūna
O, jullie die geloven! Als jullie een geheime beraadslaging houden, doe het dan niet omwille van zonde, vijandigheid en opstand tegen de Boodschapper, maar beraadslaag over deugd en rechtvaardigheid en vrees Allah voor Wie jullie verzameld zullen worden.
innamā l-najwā mina l-shayṭāni liyaḥzuna alladhīna āmanū walaysa biḍārrihim shayan illā bi-idh'ni l-lahi waʿalā l-lahi falyatawakkali l-mu'minūna
Voorwaar, de (slechte) geheime gesprekken zijn afkomstig van de Satan, om degenen die gelovigen te bedroeven. Maar hij kan hen niet in het minst kwetsen, behalve als Allah het toestaat, en in Allah leggen de gelovigen hun vertrouwen.
yāayyuhā alladhīna āmanū idhā qīla lakum tafassaḥū fī l-majālisi fa-if'saḥū yafsaḥi l-lahu lakum wa-idhā qīla unshuzū fa-unshuzū yarfaʿi l-lahu alladhīna āmanū minkum wa-alladhīna ūtū l-ʿil'ma darajātin wal-lahu bimā taʿmalūna khabīrun
O, jullie die geloven! Als jullie gevraagd wordt om plaats te maken in de plaatsen van samenkomsten, maak dan ruimte. Allah zal jullie ruimte geven. En als jullie verteld wordt om op te staan, sta op. Allah zal degenen onder jullie die geloven en degenen die kennis is gegeven in rangen verheffen. En Allah is Zich welbewust van wat jullie doen.
yāayyuhā alladhīna āmanū idhā nājaytumu l-rasūla faqaddimū bayna yaday najwākum ṣadaqatan dhālika khayrun lakum wa-aṭharu fa-in lam tajidū fa-inna l-laha ghafūrun raḥīmun
O, jullie die geloven! Wanneer jullie een persoonlijk gesprek met de Boodschapper willen voeren, geef dan "vόόr jullie gesprek iets uit aan liefdadigheid. Dat is beter voor jullie, en reiner. Maar als jullie de middelen daartoe niet vinden dan waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
a-ashfaqtum an tuqaddimū bayna yaday najwākum ṣadaqātin fa-idh lam tafʿalū watāba l-lahu ʿalaykum fa-aqīmū l-ṣalata waātū l-zakata wa-aṭīʿū l-laha warasūlahu wal-lahu khabīrun bimā taʿmalūna
Zijn jullie bang om liefdadigheid te geven voor jullie gesprek? Als jullie dat dan niet doen, dan vergeeft Allah jullie. Verricht dan volmaakte gebeden en geef zakaat en gehoorzaam Allah en Zijn Boodschapper. En Allah is Alwetend over wat jullie doen.
alam tara ilā alladhīna tawallaw qawman ghaḍiba l-lahu ʿalayhim mā hum minkum walā min'hum wayaḥlifūna ʿalā l-kadhibi wahum yaʿlamūna
Heb jij niet diegene gezien, die de mensen waarover de toorn van Allah is, tot vrienden nemen? Zij behoren niet tot jullie (moslims) of tot hen (Joden) en zij zweren bij een leugen terwijl zij het weten.
aʿadda l-lahu lahum ʿadhāban shadīdan innahum sāa mā kānū yaʿmalūna
Allah heeft voor hen een zware bestraffing voorbereid. Slecht was het wat zij plachten te doen.
ittakhadhū aymānahum junnatan faṣaddū ʿan sabīli l-lahi falahum ʿadhābun muhīnun
Zij hebben hun eden tot een hindernis gemaakt (zodat zij zich beschermden). Zo hinderen zij (de mensen) op het pad van Allah, dus zullen zij een vernederende bestraffing krijgen.
lan tugh'niya ʿanhum amwāluhum walā awlāduhum mina l-lahi shayan ulāika aṣḥābu l-nāri hum fīhā khālidūna
Hun kinderen en hun welvaart zullen hen niet van nut zijn tegen Allah. Zij zullen de bewoners van het Vuur zijn, om daarin voor altijd te verblijven.
yawma yabʿathuhumu l-lahu jamīʿan fayaḥlifūna lahu kamā yaḥlifūna lakum wayaḥsabūna annahum ʿalā shayin alā innahum humu l-kādhibūna
Op de Dag waarop Allah hen allen zal doen herrijzen, zullen zij tot Hem zweren zoals zij tot jullie zweren. En zij denken dat zij iets hebben (dat hen baat). Waarlijk, zij zijn leugenaars.
is'taḥwadha ʿalayhimu l-shayṭānu fa-ansāhum dhik'ra l-lahi ulāika ḥiz'bu l-shayṭāni alā inna ḥiz'ba l-shayṭāni humu l-khāsirūna
Zij werden door Sjaitaan overweldigd (door hun gehoorzaamheid aan hem), waarop hij hen de gedenking aan Allah deed vergeten. Zij behoren tot de groep van Sjaitaan (en zijn dus zijn volgelingen). Waarlijk, (weet dat) de volgelingen van Sjaitaan de (grootste) verliezers zullen zijn!
inna alladhīna yuḥāddūna l-laha warasūlahu ulāika fī l-adhalīna
Degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenstreven: zij zullen onder de laagsten zijn.