De Ondervraagde Vrouw
الممتحنة
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tattakhidhū ʿaduwwī waʿaduwwakum awliyāa tul'qūna ilayhim bil-mawadati waqad kafarū bimā jāakum mina l-ḥaqi yukh'rijūna l-rasūla wa-iyyākum an tu'minū bil-lahi rabbikum in kuntum kharajtum jihādan fī sabīlī wa-ib'tighāa marḍātī tusirrūna ilayhim bil-mawadati wa-anā aʿlamu bimā akhfaytum wamā aʿlantum waman yafʿalhu minkum faqad ḍalla sawāa l-sabīli
O, jullie die geloven. Neem niet Mijn vijanden en" jullie vijanden tot vrienden, aan wie jullie genegenheid betonen. Zij geloofden niet in wat tot jullie is gekomen van de Waarheid. Zij hebben de Boodschapper en jullie verdreven, omdat jullie in Allah, jullie Heer geloven. Als jullie uittrekken, strijdend op Mijn weg, Mijn welbehagen zoekend, (neem dan niet de ongelovigen tot jullie vrienden). Jullie tonen in het geheim jullie vriendschap aan hen, maar Ik weet het beste wat jullie verborgen hielden en wat jullie openbaar maakten. En wie van jullie dit doet, waarlijk, die is afgedwaald van het rechte Pad.
in yathqafūkum yakūnū lakum aʿdāan wayabsuṭū ilaykum aydiyahum wa-alsinatahum bil-sūi wawaddū law takfurūna
Als zij de macht over jullie krijgen, dan zullen zij jullie als hun vijanden behandelen, en hun handen en hun tongen tegen jullie gebruiken in het kwaad en zij wensen dat jullie ongelovig zullen zijn.
lan tanfaʿakum arḥāmukum walā awlādukum yawma l-qiyāmati yafṣilu baynakum wal-lahu bimā taʿmalūna baṣīrun
Op de Dag der Opstanding zullen jullie kinderen noch jullie verwanten jullie van nut zijn. Hij zal over jullie oordelen. En Allah is Alziende over wat jullie doen.
qad kānat lakum us'watun ḥasanatun fī ib'rāhīma wa-alladhīna maʿahu idh qālū liqawmihim innā buraāu minkum wamimmā taʿbudūna min dūni l-lahi kafarnā bikum wabadā baynanā wabaynakumu l-ʿadāwatu wal-baghḍāu abadan ḥattā tu'minū bil-lahi waḥdahu illā qawla ib'rāhīma li-abīhi la-astaghfiranna laka wamā amliku laka mina l-lahi min shayin rabbanā ʿalayka tawakkalnā wa-ilayka anabnā wa-ilayka l-maṣīru
Voorwaar, er was een uitmuntend voorbeeld voor jullie in Ibrahim en degenen die met hem waren, toen zij tegen hun volk zeiden: “Waarlijk, wij zijn niet verantwoordelijk voor jullie en voor wat jullie naast Allah aanbidden. Wij geloven jullie niet en er is tussen jullie en ons een vijandschap en haat ontstaan, voor altijd, tot jullie alleen in Allah geloven.” Behalve de uitspraak van Ibrahim tegen zijn vader: “Waarlijk, ik zal om vergeving voor u vragen, maar ik heb er voor u bij Allah niets over te zeggen.” (Zij zeiden:) “Onze Heer! In U (alleen) leggen wij ons vertrouwen en tot U (alleen) keren wij ons in berouw en tot U (alleen) is (onze) uiteindelijke terugkeer.
rabbanā lā tajʿalnā fit'natan lilladhīna kafarū wa-igh'fir lanā rabbanā innaka anta l-ʿazīzu l-ḥakīmu
Onze Heer! Maak ons niet tot een beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons. Onze Heer! Waarlijk U bent de "Almachtige, de Alwijze.”
laqad kāna lakum fīhim us'watun ḥasanatun liman kāna yarjū l-laha wal-yawma l-ākhira waman yatawalla fa-inna l-laha huwa l-ghaniyu l-ḥamīdu
Zeker, er was voor jullie in hen een uitmuntend voorbeeld, voor degenen die zich op Allah verheugen en de Laatste Dag. Maar wie zich afkeert: waarlijk, Allah is de Behoefteloze, de Geprezene.
ʿasā l-lahu an yajʿala baynakum wabayna alladhīna ʿādaytum min'hum mawaddatan wal-lahu qadīrun wal-lahu ghafūrun raḥīmun
Misschien sticht Allah vriendschap tussen jullie en degenen die jullie als jullie vijanden houden. En Allah heeft macht en is Vergevingsgezind, Genadevol.
lā yanhākumu l-lahu ʿani alladhīna lam yuqātilūkum fī l-dīni walam yukh'rijūkum min diyārikum an tabarrūhum watuq'siṭū ilayhim inna l-laha yuḥibbu l-muq'siṭīna
Allah verbiedt jullie niet om met degenen die jullie niet bestrijden vanwege jullie godsdienst, en die jullie niet uit jullie huizen dreven, goed en rechtvaardig om te gaan. Waarlijk, Allah houdt van de rechtvaardigen.
innamā yanhākumu l-lahu ʿani alladhīna qātalūkum fī l-dīni wa-akhrajūkum min diyārikum waẓāharū ʿalā ikh'rājikum an tawallawhum waman yatawallahum fa-ulāika humu l-ẓālimūna
Allah verbied jullie wel degenen te bevrienden die jullie vanwege de godsdienst bestreden en die jullie uit jullie huizen dreven, en die (anderen) hebben geholpen om jullie te verdrijven. En wie hen tot vriend neemt: dat zijn de onrechtvaardigen.
yāayyuhā alladhīna āmanū idhā jāakumu l-mu'minātu muhājirātin fa-im'taḥinūhunna l-lahu aʿlamu biīmānihinna fa-in ʿalim'tumūhunna mu'minātin falā tarjiʿūhunna ilā l-kufāri lā hunna ḥillun lahum walā hum yaḥillūna lahunna waātūhum mā anfaqū walā junāḥa ʿalaykum an tankiḥūhunna idhā ātaytumūhunna ujūrahunna walā tum'sikū biʿiṣami l-kawāfiri wasalū mā anfaqtum walyasalū mā anfaqū dhālikum ḥuk'mu l-lahi yaḥkumu baynakum wal-lahu ʿalīmun ḥakīmun
O, jullie die geloven! Als er gelovige vrouwen, als emigranten, tot jullie gekomen zijn, ondervraag hen dan. Allah kent hun geloof het beste. Als jullie dan zeker weten dat zij ware gelovigen zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen. Zij zijn geen wettige (echtgenotes) voor de ongelovigen, noch zijn de ongelovigen wettige (echtgenoten) voor hen. Maar geeft de ongelovige mannen (het geldbedrag) wat zij uitgegeven hebben (aan de bruidsschat). En is geen zonde voor jullie hun hun bruidschat geven om hen te huwen. En houdt niet vast aan de huwelijksbanden met ongelovige vrouwen. En vraag terug van wat jullie hebben uitgegeven (aan bruidsschat aan de ongelovige vrouwen) en laat hen (de ongelovige mannen) terugvragen wat zij hebben uitgegeven. Dat is het Oordeel van Allah. Hij oordeelt tussen jullie. En Allah is Alwetend, Alwijs.
wa-in fātakum shayon min azwājikum ilā l-kufāri faʿāqabtum faātū alladhīna dhahabat azwājuhum mith'la mā anfaqū wa-ittaqū l-laha alladhī antum bihi mu'minūna
En als een van jullie echtgenotes is weggelopen naar de ongelovigen, en jullie (de ongelovigen) vervolgens hebben gestraft, geef dan (van de oorlogsbuit) aan hen wiens vrouwen zijn weggelopen, het gelijkwaardige bedrag van wat zij uitgegeven hebben (aan bruidsschat). En vrees Allah, Degene in Wie jullie geloven.
yāayyuhā l-nabiyu idhā jāaka l-mu'minātu yubāyiʿ'naka ʿalā an lā yush'rik'na bil-lahi shayan walā yasriq'na walā yaznīna walā yaqtul'na awlādahunna walā yatīna bibuh'tānin yaftarīnahu bayna aydīhinna wa-arjulihinna walā yaʿṣīnaka fī maʿrūfin fabāyiʿ'hunna wa-is'taghfir lahunna l-laha inna l-laha ghafūrun raḥīmun
O, Profeet! Als de gelovige vrouwen tot jou gekomen zijn om de belofte af te leggen dat zij niemand in de aanbidding met Allah zullen verenigen, dat zij niet zullen stelen, dat zij geen overspel zullen plegen, dat zij hun kinderen niet zullen doden, dat zij niet zullen lasteren, niet zullen liegen en jou niet in het goede ongehoorzaam zullen zijn, accepteer dan hun belofte en vraag Allah hen te vergeven. Waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
yāayyuhā alladhīna āmanū lā tatawallaw qawman ghaḍiba l-lahu ʿalayhim qad ya-isū mina l-ākhirati kamā ya-isa l-kufāru min aṣḥābi l-qubūri
O, jullie die geloven! Neem geen volk waarop Allah vertoornd is tot vrienden. Zeker, zij wanhopen aan het Hiernamaals zoals de ongelovigen wanhopen aan (de opwekking van) de bewoners van de graven.