De Werkelijkheid
الحاقة
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
al-ḥāqatu
De werkelijkheid.
mā l-ḥāqatu
Wat is de werkelijkheid?
wamā adrāka mā l-ḥāqatu
En wat zal jou laten weten wat de werkelijkheid is?
kadhabat thamūdu waʿādun bil-qāriʿati
Het volk van Thamoed en ‘Ad ontkenden de ramp (de Dag der Opstanding).
fa-ammā thamūdu fa-uh'likū bil-ṭāghiyati
Wat de Thamoed betreft: zij werden door een vreselijke storm vernietigd.
wa-ammā ʿādun fa-uh'likū birīḥin ṣarṣarin ʿātiyatin
En wat de ‘Ad betreft: zij werden door een gewelddadige wind vernietigd.
sakharahā ʿalayhim sabʿa layālin wathamāniyata ayyāmin ḥusūman fatarā l-qawma fīhā ṣarʿā ka-annahum aʿjāzu nakhlin khāwiyatin
Die Allah zeven achtereenvolgende nachten en acht dagen tegen hen liet woeden, had opgelegd, zodat jij de mensen had kunnen zien liggen, alsof zij geveld waren als palmbomen!
fahal tarā lahum min bāqiyatin
Zie jij overblijfselen van hen?
wajāa fir'ʿawnu waman qablahu wal-mu'tafikātu bil-khāṭi-ati
En Farao en degenen vóór hem, en de (bewoners van) omvergeworpen steden begingen zonden.
faʿaṣaw rasūla rabbihim fa-akhadhahum akhdhatan rābiyatan
En zij waren ongehoorzaam aan de Boodschapper van hun Heer, dus strafte Hij hen met een zware bestraffing.
innā lammā ṭaghā l-māu ḥamalnākum fī l-jāriyati
Waarlijk! Toen het water boven zijn grenzen steeg, droegen Wij jullie (voorvader Noeh en zijn familie) in het vaartuig (de ark).
linajʿalahā lakum tadhkiratan wataʿiyahā udhunun wāʿiyatun
Opdat Wij het als een overdenking voor jullie zouden maken en het heldere oor (persoon) het kan (horen en) begrijpen.
fa-idhā nufikha fī l-ṣūri nafkhatun wāḥidatun
Als dan de trompet geblazen zal worden met één stoot (de eerste).
waḥumilati l-arḍu wal-jibālu fadukkatā dakkatan wāḥidatan
En de aarde en de bergen van hun plaats weg worden gehaald, en dan in één klap worden verpulverd.
fayawma-idhin waqaʿati l-wāqiʿatu
Dan, op die Dag zal de gebeurtenis plaatsvinden.
wa-inshaqqati l-samāu fahiya yawma-idhin wāhiyatun
En de hemel zal splijten, dan wordt zij broos.
wal-malaku ʿalā arjāihā wayaḥmilu ʿarsha rabbika fawqahum yawma-idhin thamāniyatun
En de Engelen zullen aan haar randen zijn en acht Engelen zullen op die dag de Troon van jouw Heer boven zich dragen.
yawma-idhin tuʿ'raḍūna lā takhfā minkum khāfiyatun
Op die Dag zullen jullie tot het oordeel gebracht worden, geen van jullie geheimen zullen verborgen blijven.
fa-ammā man ūtiya kitābahu biyamīnihi fayaqūlu hāumu iq'raū kitābiyah
Dan zal degene die zijn verslag in zijn rechterhand krijgt, zeggen: “Neem, lees mijn verslag!
innī ẓanantu annī mulāqin ḥisābiyah
Zeker, ik was er van overtuigd dat ik mijn afrekening zou ontmoeten!”