De Mens
الإنسان
Reciteur: Mishary Rashid Alafasy
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
hal atā ʿalā l-insāni ḥīnun mina l-dahri lam yakun shayan madhkūran
Er is voor de mens een bepaalde tijd geweest waarin hij in niets gedenkwaardig was.
innā khalaqnā l-insāna min nuṭ'fatin amshājin nabtalīhi fajaʿalnāhu samīʿan baṣīran
Waarlijk, Wij hebben de mens geschapen uit een gemengde druppel om hem te beproeven. Daarop gaven Wij hem het gehoor en gezichtsvermogen.
innā hadaynāhu l-sabīla immā shākiran wa-immā kafūran
Waarlijk, Wij hebben hem de Weg getoond, of hij nu dankbaar of ondankbaar zal zijn.
innā aʿtadnā lil'kāfirīna salāsilā wa-aghlālan wasaʿīran
Waarlijk, Wij hebben voor de ongelovigen ijzeren ketenen, halsbanden en een laaiend Vuur bereid.
inna l-abrāra yashrabūna min kasin kāna mizājuhā kāfūran
Waarlijk, de vromen zullen drinken uit een beker waarvan de mengdrank ‘Kafoer’ (kamfer) is.
ʿaynan yashrabu bihā ʿibādu l-lahi yufajjirūnahā tafjīran
Een bron waarvan de dienaren van Allah zullen drinken. Zij laten deze overvloedig stromen.
yūfūna bil-nadhri wayakhāfūna yawman kāna sharruhu mus'taṭīran
Zij vervulden hun belofte en zij vreesden een Dag waarvan het kwaad wijdverspreid zal zijn.
wayuṭ'ʿimūna l-ṭaʿāma ʿalā ḥubbihi mis'kīnan wayatīman wa-asīran
En zij geven voedsel ondanks dat zij het liefhebben aan de armen, de wees en de gevangenen.
innamā nuṭ'ʿimukum liwajhi l-lahi lā nurīdu minkum jazāan walā shukūran
(Zeggende): “Wij voeden jullie slechts om Allah’s genoegen te zoeken, Wij wensen geen beloning of dankbaarheid van jullie.
innā nakhāfu min rabbinā yawman ʿabūsan qamṭarīran
Waarlijk, wij vrezen van (onze Heer een moeilijke en pijnlijke Dag.”
fawaqāhumu l-lahu sharra dhālika l-yawmi walaqqāhum naḍratan wasurūran
Allah zal hen op die Dag beschermen voor het kwaad en hen glans en blijdschap schenken.
wajazāhum bimā ṣabarū jannatan waḥarīran
En Hij zal hen vanwege hun geduldige volharding belonen met het Paradijs en met zijde.
muttakiīna fīhā ʿalā l-arāiki lā yarawna fīhā shamsan walā zamharīran
Leunend zitten zij daarin op verheven tronen. Zij vinden daarin geen zon en geen kou.
wadāniyatan ʿalayhim ẓilāluhā wadhullilat quṭūfuhā tadhlīlan
En haar schaduwen zijn voor hen dichtbij en de trossen fruit daarvan hangen laag, binnen hun bereik.
wayuṭāfu ʿalayhim biāniyatin min fiḍḍatin wa-akwābin kānat qawārīrā
En onder hen wordt rondgegaan met zilveren schalen en glazen van kristal.
qawārīrā min fiḍḍatin qaddarūhā taqdīran
Kristalhelder, gemaakt van zilver. Zij zullen de maat daarvan bepalen volgens hun wensen.
wayus'qawna fīhā kasan kāna mizājuhā zanjabīlan
En daarin wordt er voor hen geschonken uit een beker waarvan de mengdrank gember is.
ʿaynan fīhā tusammā salsabīlan
Er bevindt zich daarin een bron die Salsabil genoemd wordt.
wayaṭūfu ʿalayhim wil'dānun mukhalladūna idhā ra-aytahum ḥasib'tahum lu'lu-an manthūran
En onder hen wordt rondgegaan door eeuwig jeugdigen. Als jij hen ziet, dan denk jij dat zij verstrooide parels zijn.
wa-idhā ra-ayta thamma ra-ayta naʿīman wamul'kan kabīran
En als jij rondkijkt, dan zie jij een vreugde en een groot koninkrijk.